Roel van Duyn, voluit Roeland Hugo Gerrit van Duijn, werd op 20 januari 1943 geboren te Den Haag. In 1963 vertrok hij naar Amsterdam om daar geschiedenis, politicus en rechten te studeren. Hij was een van de oprichters van Provo, en van de Kabouterbeweging. Hij vertegenwoordigde beide bewegingen in de Amsterdamse gemeenteraad. Later werd hij als lid van de PPR wethouder van de gemeente Amsterdam. Daarnaast is hij bekend geworden met boeken als Liefdesverdriet en Het leeuwekind.
Created by EenVandaag on Nov 24, 2008
Last updated: 03/05/10 at 10:49 PM
Tags: Roel van Duijn Groenlinks
Roel van Duijn has no followers yet. Be the first one to follow.
De afdeling Psychologie van de Universiteit van Amsterdam heeft op verzoek van liefdesverdrietconsulent Roel van Duijn een tweede onderzoek naar liefdesverdriet gedaan in 2009.De resultaten zijn via deze link te lezen
http://liefdesverdrietinfo.web-log.nl/liefdesverdrietinfo_weblo/2010/01/resultaten-onde.html
Roel van Duijn, geboren op 20 januari 1943, woont in De Pijp en heeft drie kinderen. Recent is hij getrouwd met een Russische, uit Nizjni Novgorod, zo’n 500 kilometer ten oosten van Moskou. Hij spreekt nu ook Russisch. Sinds december 2003 is hij lid van de stadsdeelraad, namens GroenLinks.
Roel van Duijn in gesprek bij het basketbalveld aan de Ceintuurbaan Roel van Duijn in gesprek bij het basketbalveld aan de Ceintuurbaan
http://www.oudzuid.amsterdam.nl/bestuur_en/stadsdeelraad/rubriek_'zes_vragen/roel_van_duijn
Op een kwade dag hoort Roel van Duijn dat zijn vriendin niet langer zijn vriendin wil zijn. Paniek. Hij hoeft zich geen moment af te vragen waarom. Hij heeft het er zelf naar gemaakt. In de roman Liefdesverdriet verwerkte hij in dagboekvorm zijn ervaringen in de maanden die volgden. De pijn, de jaloezie en de doodsdrift. Typerend voor van Duijn is dat hij niet alleen klaagt, maar ook wijzer wil worden van zijn tegenslagen. Voor het eerst in zijn veelzijdige bestaan neemt hij de tijd om terug te kijken op zijn persoonlijk leven. Na zich veertig jaar lang bijna alleen op de buitenwereld te hebben gericht, kijkt hij nu kritisch naar zichzelf, zijn beschermde jeugd in Den Haag, zijn ouders, zijn hang naar avontuur en zijn eerste liefde. De roman wordt afgesloten met een reeks portretten van uiteenlopende mensen, die, net als van Duijn, met heftig liefdesverdriet zijn geconfronteerd. Hoe hebben zijn hun crisis overleefd? Al schrijvende ontwikkelt de auteur een strategie om ook “de ergste van alle rampen” te boven te komen. Het schrijven van dit boek was het begin van de verwerking van zijn liefdespijn. Zodat hij, als ervaringsdeskundige, veel andere lijders aan liefdesverdriet kon gaan helpen. Daaruit ontstond de therapie die nu de basis is voor zijn bloeiende praktijk als liefdesverdrietconsulent. Roel van Duijn (1943) heeft vele relaties gehad maar is kort na de eerste druk van dit boek gelukkig getrouwd. Hij werd bekend als de oprichter van Provo en de Kabouterbeweging, als vernieuwend denker, als schrijver van romans en manifesten en als politicus. Liefdesverdriet is zijn meest persoonlijke boek.
Van de Straat met Cornel Bierens en Roel van Duijn over het standbeeld Het Lieverdje van Carel Kneulman in Amsterdam, rijksbouwmeester Mels Crouwel neemt de kijker mee naar de Vijverhof in Den Haag en een rondje kunst in Enschede om De mallemolen van deze tijd.
Architectuur van de toekomst. De Amerikaanse stad Boston heeft vijftien miljard dollar vrijgemaakt om hun afvalprobleem revolutionair aan te pakken.
Zomaar Kunst. Een programma waarin bij mensen thuis wordt gekeken naar wat voor kunst zij aan de muur hebben hangen of wat voor kunst zij thuis hebben staan. Welk verhaal zit er achter de kunstwerken?
http://player.omroep.nl/embed/aflevering/7901346"
Je kan je geliefde kwijtraken doordat je relatie eindigt, maar ook op andere manieren. Hoe gaan mensen om met hun liefdesverdriet? Ad (83) uit Eindhoven was meer dan zestig jaar getrouwd met Anneke. Nu zij is overleden mist hij haar zo erg dat hij haar wil nabouwen in de virtuele wereld van Second Life. Zo hoopt hij haar toch niet helemaal niet verliezen. Expert David Levy gaat nog een stap verder en denkt dat we in de toekomst ook relaties kunnen krijgen met robots.
Ook Nicolette kreeg een flinke klap te verwerken toen haar vriend Roel plotseling kwam te overlijden. Hoe ga je om met liefdesverdriet als je er op deze manier mee te maken krijgt? En Afke (26) gaat, nadat haar vriend het heeft uitgemaakt, op liefdesverdrietconsult bij oud provo Roel van Duijn.
http://player.omroep.nl/?aflID=7580351
De Anarchistische Groep Amsterdam (AGA) heeft voor een feest dat plaatsvindt op de vooravond aan Koninginnedag, een poster gemaakt waarop koningin Beatrix met een strop om haar keel aan een galg hangt. Het motto van het feest is 'Dood aan de koningin! Leve de anarchie!' en wordt gehouden in buurtcafe 'Eigenaardig' in de Amsterdamse Pijp. Netwerk gaat op zoek naar de makers van deze poster, wie zijn zij en wat is hun motief? En wat vindt oud-anarchist Roel van Duijn eigenlijk van dit initiatief?
Benefiet
Op het anarchistenfeest, dat een benefiet is voor de AGA kan 'vegan' worden gegeten en vinden onder andere optredens plaats van de 'anarcho' hiphopper Drowning Dog uit het Amerikaanse San Francisco en DJ Malatesta.
http://player.omroep.nl/?aflID=6951642&start=00:01:48&end=00:07:46
Cornel Bierens en Roel van Duijn over het standbeeld het Lieverdje van Carel Kneulman in Amsterdam, rijksbouwmeester Mels Crouwel neemt de kijker mee naar de Vijverhof in Den Haag en een rondje kunst in Enschede om De mallemolen van deze tijd.
http://player.omroep.nl/?aflID=6563134
Download 210907_Nws_Liefdesverdriet.wmv - Via deze link is een kort filmpje over liefdesverdriet te zien, die uitgezonden is op 21 september 2007 via RNN7.
http://liefdesverdrietinfo.web-log.nl/liefdesverdrietinfo_weblo/2007/09/filmpje_van_uit.html
Persbericht
Vooral mannen worden van liefdesverdriet zelfstandiger
Voortgezet onderzoek naar liefdesverdriet leidt tot nieuwe conclusies
Nieuwe verschillen tussen man en vrouw komen aan het licht in het voortgezette onderzoek naar liefdesverdriet.
Uit onze enquette onder 90 mannen en vrouwen blijkt dat mannen door liefdesverdriet vaker aan onafhankelijkheid winnen. Terwijl vrouwen in de verwerking van hun liefdesverdriet vaker nieuwe hobbies of een nieuw beroep vinden.Mannen reageren anders dan vrouwen op de vraag:Wat heeft je liefdesverdriet je gebracht? Heb je het gevoel dat je er door gegroeid bent? En zo ja, hoe?
Zij tonen veel sterker het gevoel dat zij aan onafhankelijkheid hebben gewonnen dan vrouwen (intensiteitsscore 3,2 tegen 2,6 in de schaal van 1 tot en met 5). Een significant verschil.
Man (46):Ik zou zelf het initiatief nemen en weggaan of anders veel eerder reageren op de neerbuigende opmerkingen aan mijn adres
Man (31 ): Eerder de situatie onder ogen zien. Meer voor mezelf kiezen. Eerder afstand nemen (niet pas als de spanning heel groot is geworden).
Man (56 ): Eerder mijn grenzen aangeven, wat ik wil en wat niet.
Man (56): Eerder het noodzakelijke gesprek aangaan, dingen niet meer op hun beloop laten.
Waarschijnlijk is dit verschil te verklaren door de over het algemeen sterkere band tussen moeder en zoon dan tussen vader en dochter. De ondervonden, vaak sterke moederliefde brengt de man geworden zoon later licht in de waan dat zijn vrouw of vriendin even onherroepelijk van hem houdt als zijn moeder. Wanneer zij echter de band verbreekt is dit een ontnuchterend ervaring, waarin de man zijn gevoel van afhankelijkheid van de vrouw van zich af kan schudden. Het resultaat is een besef van gewonnen zelfstandigheid.
Vrouwen komen door liefdesverdriet er vaker dan mannen toe om zich aan nieuwe hobbies of aan een nieuw beroep te gaan wijden. Zoals de vrouw die na de breuk een motorfiets aanschafte en daarmee door het heuvellandschap ging toeren.
Bijna 40 % meer vrouwen dan mannen kiezen daarvoor (2,1 tegen 1,5).
Waarom zijn vrouwen hierin waarschijnlijk creatiever dan mannen? Het ligt voor de hand dat de grotere bereidheid van vrouwen om liefdesverdriet te verwerken door gesprekken en anderszins de oorzaak is.
Hieronder de gemiddelde intensiteitsscore vrouwen en mannen op het punt van de verschillende mogelijkheden om, door liefdesverdriet, als persoon te groeien.
Vrouwen:a-2,6b-2,1c-2d-3,2e-2,3f-2,8 Mannen:a-3,2b-1,5c-2,2d-3,2e-2,2f-3,1 a=zelfstandiger gewordenb=nieuwe hobbies of beroepc=ben meer opend=begrijp mezelf betere=kan nu beter alleen zijnf=weet wat ik fout gedaan heb Het onderzoek levert ook op dat twee derden van de respondenten het gevoel heeft dat men door het liefdesverdriet zichzelf beter is gaan begrijpen. Het is het antwoord (d) dat de meeste positieve antwoorden krijgt. Zowel mannen als vrouwen leggen hier een positieve nadruk op.
Vrouw (49): Ik heb geleerd mijn hart wijd te openen. Ik hoop dat ik het een volgende keer eerder en zonder schroom voor elkaar krijg. Zonder angst die me deze keer (en vaker in mijn leven) heeft belemmerd.
Ook vermelden de meeste mensen dat zij nu, tot op zekere hoogte, weten wij zij fout gedaan hebben. Mannen in iets sterkere mate (3,1) dan vrouwen (2,8).
Conclusies:
1. Voor mannen is het verlies van een geliefde, meer dan voor vrouwen, een oefening in zelfstandigheid.
2. Vrouwen zijn eerder dan mannen geneigd om in liefdesverdriet aan nieuwe hobbies of beroep te denken.
3. Twee derden van de geïnterviewde mannen en vrouwen vindt dat zij zichzelf door liefdesverdriet beter zijn gaan begrijpen.
Roel van Duijn,
namens de Onderzoeksgroep liefdesverdriet
Het resultaat van het onderzoek is te zien op de site www.liefdesverdriet.info
Tel. 020 4704770
De Onderzoekgroep Liefdesverdriet bestaat uit:
Roel van Duijn, liefdesverdrietconsulent, schrijver en politicus
Margje Vlasveld, diëtiste en therapeute
Drs Judy Hooymeyer, sociologe en psychotherapeute
Drs Yoeri Ohlrichs, seksuoloog, werkzaam bij de Rutgers Nisso groep, (kenniscentrum seksualiteit)
Dr Wim Lunsing, antropoloog, gespecialiseerd in seksualiteit, geslacht, levensstijlen in Japan
Dr. Susanne Piët, psychologe
http://liefdesverdrietinfo.web-log.nl/liefdesverdrietinfo_weblo/2007/09/persbericht.html
Voortgezet onderzoek naar liefdesverdriet leidt tot nieuwe conclusies
Nieuwe verschillen tussen man en vrouw komen aan het licht in het voortgezette onderzoek naar liefdesverdriet.
Uit onze enquette onder 90 mannen en vrouwen blijkt dat mannen door liefdesverdriet vaker aan onafhankelijkheid winnen. Terwijl vrouwen in de verwerking van hun liefdesverdriet vaker nieuwe hobbies of een nieuw beroep vinden.Mannen reageren anders dan vrouwen op de vraag:Wat heeft je liefdesverdriet je gebracht? Heb je het gevoel dat je er door gegroeid bent? En zo ja, hoe?
Zij tonen veel sterker het gevoel dat zij aan onafhankelijkheid hebben gewonnen dan vrouwen (intensiteitsscore 3,2 tegen 2,6 in de schaal van 1 tot en met 5). Een significant verschil.
Man (46):Ik zou zelf het initiatief nemen en weggaan of anders veel eerder reageren op de neerbuigende opmerkingen aan mijn adres
Man (31 ): Eerder de situatie onder ogen zien. Meer voor mezelf kiezen. Eerder afstand nemen (niet pas als de spanning heel groot is geworden).
Man (56 ): Eerder mijn grenzen aangeven, wat ik wil en wat niet.
Man (56): Eerder het noodzakelijke gesprek aangaan, dingen niet meer op hun beloop laten.
Waarschijnlijk is dit verschil te verklaren door de over het algemeen sterkere band tussen moeder en zoon dan tussen vader en dochter. De ondervonden, vaak sterke moederliefde brengt de man geworden zoon later licht in de waan dat zijn vrouw of vriendin even onherroepelijk van hem houdt als zijn moeder. Wanneer zij echter de band verbreekt is dit een ontnuchterend ervaring, waarin de man zijn gevoel van afhankelijkheid van de vrouw van zich af kan schudden. Het resultaat is een besef van gewonnen zelfstandigheid.
Vrouwen komen door liefdesverdriet er vaker dan mannen toe om zich aan nieuwe hobbies of aan een nieuw beroep te gaan wijden. Zoals de vrouw die na de breuk een motorfiets aanschafte en daarmee door het heuvellandschap ging toeren.
Bijna 40 % meer vrouwen dan mannen kiezen daarvoor (2,1 tegen 1,5).
Waarom zijn vrouwen hierin waarschijnlijk creatiever dan mannen? Het ligt voor de hand dat de grotere bereidheid van vrouwen om liefdesverdriet te verwerken door gesprekken en anderszins de oorzaak is.
Hieronder de gemiddelde intensiteitsscore vrouwen en mannen op het punt van de verschillende mogelijkheden om, door liefdesverdriet, als persoon te groeien.
Vrouwen:a-2,6b-2,1c-2d-3,2e-2,3f-2,8 Mannen:a-3,2b-1,5c-2,2d-3,2e-2,2f-3,1 a=zelfstandiger gewordenb=nieuwe hobbies of beroepc=ben meer opend=begrijp mezelf betere=kan nu beter alleen zijnf=weet wat ik fout gedaan heb Het onderzoek levert ook op dat twee derden van de respondenten het gevoel heeft dat men door het liefdesverdriet zichzelf beter is gaan begrijpen. Het is het antwoord (d) dat de meeste positieve antwoorden krijgt. Zowel mannen als vrouwen leggen hier een positieve nadruk op.
Vrouw (49): Ik heb geleerd mijn hart wijd te openen. Ik hoop dat ik het een volgende keer eerder en zonder schroom voor elkaar krijg. Zonder angst die me deze keer (en vaker in mijn leven) heeft belemmerd.
Ook vermelden de meeste mensen dat zij nu, tot op zekere hoogte, weten wij zij fout gedaan hebben. Mannen in iets sterkere mate (3,1) dan vrouwen (2,8).
Conclusies:
1. Voor mannen is het verlies van een geliefde, meer dan voor vrouwen, een oefening in zelfstandigheid.
2. Vrouwen zijn eerder dan mannen geneigd om in liefdesverdriet aan nieuwe hobbies of beroep te denken.
3. Twee derden van de geïnterviewde mannen en vrouwen vindt dat zij zichzelf door liefdesverdriet beter zijn gaan begrijpen.
Roel van Duijn,
namens de Onderzoeksgroep liefdesverdriet
Het resultaat van het onderzoek is te zien op de site www.liefdesverdriet.info
Tel. 020 4704770
De Onderzoekgroep Liefdesverdriet bestaat uit:
Roel van Duijn, liefdesverdrietconsulent, schrijver en politicus
Margje Vlasveld, diëtiste en therapeute
Drs Judy Hooymeyer, sociologe en psychotherapeute
Drs Yoeri Ohlrichs, seksuoloog, werkzaam bij de Rutgers Nisso groep, (kenniscentrum seksualiteit)
Dr Wim Lunsing, antropoloog, gespecialiseerd in seksualiteit, geslacht, levensstijlen in Japan
Dr. Susanne Piët, psychologe
http://liefdesverdrietinfo.web-log.nl/liefdesverdrietinfo_weblo/2007/09/persbericht.html
De oprichter van de provo beweging Roel van Duijn over hoe hij er toe kwam om na het opheffen van de provo’s de kabouterbeweging te beginnen.
http://wijzijndegeschiedenis.kro.nl/herinneraar.aspx?remid=41
PersberichtEnquete over liefdesverdriet wijst uit:Mannen zijn kwetsbaarder voor langdurige valse hoop dan vrouwenDe Onderzoeksgroep Liefdesverdriet, bestaande uit acht academici en ervaringsdeskundigen, heeft een enquete gehouden over aard en aanpak van liefdesverdriet.90 personen, die allen verdriet hadden gehad na het verlies van hun partner, hebben via de website www.liefdesverdriet.info 14 vragen over dit onderwerp beantwoord. 62 vrouwen en 28 mannen hebben deelgenomen.Voor zover bekend gaat het om het eerste wetenschappelijke, kwantitatieve onderzoek naar liefdesverdriet dat gedaan is.De resultaten hebben een significant en verrassend verschil aan het licht gebracht over de manier waarop enerzijds mannen, anderzijds vrouwen op het verlies van hun geliefde reageren.Een goede indicator voor pijnlijk liefdesverdriet is de aanwezigheid van hoop, die meestal vals is. Als we minimaal een half jaar (valse) hoop een aanduiding noemen voor ernstig liefdesverdriet, dan komt dit bij 2/3 van de door ons onderzochte groep van 78 mensen met een geschiedenis van liefdesverdriet voor.Een opmerkelijk groter deel van de vrouwen laat eerder de hoop varen dan de meeste mannen. Ze zijn realistischer, koesteren minder vaak (valse) hoop op herstel. Veel vrouwen aanvaarden sneller.Dit heeft waarschijnlijk te maken met een, vaker voorkomend, minder sterk terugverlangen bij vrouwen..13 procent van de vrouwen gaf na de breuk meteen alle hoop op. Tegen 0 procent van de onderzochte mannen.Samen met kortdurende hoop (tot 3 maanden) is het verschil zelfs 42 % bij vrouwen tegen 13 % bij mannen.D.w.z. dat 43 procent van de vrouwen binnen 3 maanden geen last meer van (valse) hoop had. Tegen slechts 13 procent van de mannen.In het koesteren van middenlange hoop (een half tot 3 jaar) zijn mannen sterker (hardnekkiger) dan vrouwen. Zie het diagram onder dit persbericht.Ook in het koesteren van lange liefdesillusies (langer dan 3 jaar, soms tientallen jaren) verslaan mannen vrouwen met 17 tegen 11 % .Hoe langer de (valse) hoop, hoe groter de kans dat het een man is die dit in zijn hart draagt.De jongere mannen zijn nog extremer in het koesteren van valse hoop die langer dan 3 jaar duurt. 25 % van de onderzocht mannen onder de 40 kent dit lot, tegen slechts 10 % van hun vrouwelijke leeftijdgenoten.Een man van 37: “Ik heb heel erg lang hoop gehouden. Doordat ik in deze lang periode geen communicatie met haar had, werd zij voor mij een mythe.” Een andere jonge man (30): “Het heftigst had ik de pijn gedurende een maand, maar nu na, 4 jaar denk ik nog steeds aan haar. Zij zit zowel voor wat betreft de mooiste als voor de minste momenten in mijn ziel.” Wat liefdesverdriet betreft overtreffen de jongere vrouwen de jongere mannen. 66 % van hen koestert dit (zeer) lang, tegen 58 % van de mannen.Het blijkt zo te zijn dat het verband tussen valse hoop en liefdesverdriet bij vrouwen minder strak is dan bij mannen. Bij mannen lijkt het verdriet eerder te verdwijnen, wanneer de hoop gevaren is, dan bij vrouwen. Een aantal vrouwen kan langer hopeloos blijven treuren dan een zelfde aantal mannen. Het liefdesverdriet van veel mannen wordt langer gestimuleerd door valse hoop.Een vrouw van 26: “Ik wist dat het niet meer goed zou komen. Juist het gebrek aan hoop maakte dat ik zoverdrietig was: hoop is vaak de tegenhanger van rouw(dan ontduik je dat nog enigszins).” De verschillen tussen oudere mannen en vrouwen zijn groot. 100 % van de onderzochte oudere mannen koestert langer dan een half jaar (valse) hoop. Langdurige valse hoop is er veel vaker bij oudere mannen dan bij oudere vrouwen. Oudere vrouwen zijn opvallend veel realistischer dan oudere mannenJongere mannen lijden vaker aan (valse) hoop dan jongere vrouwen, maar deze laatsten ervaren langduriger liefdesverdriet dan de jongere mannen.Een jonge man (30): “Het heftigst had ik de pijn gedurende een maand, maar nu na, 4 jaar denk ik nog steeds aan haar. Zij zit zowel voor wat betreft de mooiste als voor de minste momenten in mijn ziel.”Mannen benadrukken aanmerkelijk sterker dan vrouwen dat liefdesverdriet terugverlangen is (heftigheidsscore van 4,9 tegen 3,7 van vrouwen, volgens een schaal van 1 t/m 5).Onze meest uitgesproken conclusie is dat mannen kwetsbaarder voor langdurige valse hoop zijn dan vrouwen.De Onderzoeksgroep Liefdesverdriet bestaat uit:Roel van Duijn, liefdesverdrietconsulent, schrijver en politicus Margje Vlasveld, diëtiste en therapeute Drs Judy Hooymeyer, psychotherapeute Drs Yuri Ohlrichs, seksuoloog, werkzaam bij de Rutgers Nisso groep, (kenniscentrum seksualiteit) Dr Wim Lunsing, antropoloog, gespecialiseerd in seksualiteit, geslacht, levensstijlen in Japan Dr. Susanne Piët, psychologe Dit resultaat en de anoniem gemaakte basisgegevens ervoor is overgedragen aan de vakgroep Psychometrie van de Universiteit van Amsterdam, voor een vervolgonderzoek.De uitgewerkte resultaten van het onderzoek zijn terug te vinden op de site www.liefdesverdriet.info .Informatie:Roel van DuijnTel, 020 4704770roelvduijn@planet.nl
http://liefdesverdrietinfo.web-log.nl/liefdesverdrietinfo_weblo/2007/06/enquete_over_li.html
PersberichtEnquete over liefdesverdriet wijst uit:Mannen zijn kwetsbaarder voor langdurige valse hoop dan vrouwenDe Onderzoeksgroep Liefdesverdriet, bestaande uit acht academici en ervaringsdeskundigen, heeft een enquete gehouden over aard en aanpak van liefdesverdriet.90 personen, die allen verdriet hadden gehad na het verlies van hun partner, hebben via de website www.liefdesverdriet.info 14 vragen over dit onderwerp beantwoord. 62 vrouwen en 28 mannen hebben deelgenomen.Voor zover bekend gaat het om het eerste wetenschappelijke, kwantitatieve onderzoek naar liefdesverdriet dat gedaan is.De resultaten hebben een significant en verrassend verschil aan het licht gebracht over de manier waarop enerzijds mannen, anderzijds vrouwen op het verlies van hun geliefde reageren.Een goede indicator voor pijnlijk liefdesverdriet is de aanwezigheid van hoop, die meestal vals is. Als we minimaal een half jaar (valse) hoop een aanduiding noemen voor ernstig liefdesverdriet, dan komt dit bij 2/3 van de door ons onderzochte groep van 78 mensen met een geschiedenis van liefdesverdriet voor.Een opmerkelijk groter deel van de vrouwen laat eerder de hoop varen dan de meeste mannen. Ze zijn realistischer, koesteren minder vaak (valse) hoop op herstel. Veel vrouwen aanvaarden sneller.Dit heeft waarschijnlijk te maken met een, vaker voorkomend, minder sterk terugverlangen bij vrouwen..13 procent van de vrouwen gaf na de breuk meteen alle hoop op. Tegen 0 procent van de onderzochte mannen.Samen met kortdurende hoop (tot 3 maanden) is het verschil zelfs 42 % bij vrouwen tegen 13 % bij mannen.D.w.z. dat 43 procent van de vrouwen binnen 3 maanden geen last meer van (valse) hoop had. Tegen slechts 13 procent van de mannen.In het koesteren van middenlange hoop (een half tot 3 jaar) zijn mannen sterker (hardnekkiger) dan vrouwen. Zie het diagram onder dit persbericht.Ook in het koesteren van lange liefdesillusies (langer dan 3 jaar, soms tientallen jaren) verslaan mannen vrouwen met 17 tegen 11 % .Hoe langer de (valse) hoop, hoe groter de kans dat het een man is die dit in zijn hart draagt.De jongere mannen zijn nog extremer in het koesteren van valse hoop die langer dan 3 jaar duurt. 25 % van de onderzocht mannen onder de 40 kent dit lot, tegen slechts 10 % van hun vrouwelijke leeftijdgenoten.Een man van 37: “Ik heb heel erg lang hoop gehouden. Doordat ik in deze lang periode geen communicatie met haar had, werd zij voor mij een mythe.” Een andere jonge man (30): “Het heftigst had ik de pijn gedurende een maand, maar nu na, 4 jaar denk ik nog steeds aan haar. Zij zit zowel voor wat betreft de mooiste als voor de minste momenten in mijn ziel.” Wat liefdesverdriet betreft overtreffen de jongere vrouwen de jongere mannen. 66 % van hen koestert dit (zeer) lang, tegen 58 % van de mannen.Het blijkt zo te zijn dat het verband tussen valse hoop en liefdesverdriet bij vrouwen minder strak is dan bij mannen. Bij mannen lijkt het verdriet eerder te verdwijnen, wanneer de hoop gevaren is, dan bij vrouwen. Een aantal vrouwen kan langer hopeloos blijven treuren dan een zelfde aantal mannen. Het liefdesverdriet van veel mannen wordt langer gestimuleerd door valse hoop.Een vrouw van 26: “Ik wist dat het niet meer goed zou komen. Juist het gebrek aan hoop maakte dat ik zoverdrietig was: hoop is vaak de tegenhanger van rouw(dan ontduik je dat nog enigszins).” De verschillen tussen oudere mannen en vrouwen zijn groot. 100 % van de onderzochte oudere mannen koestert langer dan een half jaar (valse) hoop. Langdurige valse hoop is er veel vaker bij oudere mannen dan bij oudere vrouwen. Oudere vrouwen zijn opvallend veel realistischer dan oudere mannenJongere mannen lijden vaker aan (valse) hoop dan jongere vrouwen, maar deze laatsten ervaren langduriger liefdesverdriet dan de jongere mannen.Een jonge man (30): “Het heftigst had ik de pijn gedurende een maand, maar nu na, 4 jaar denk ik nog steeds aan haar. Zij zit zowel voor wat betreft de mooiste als voor de minste momenten in mijn ziel.”Mannen benadrukken aanmerkelijk sterker dan vrouwen dat liefdesverdriet terugverlangen is (heftigheidsscore van 4,9 tegen 3,7 van vrouwen, volgens een schaal van 1 t/m 5).Onze meest uitgesproken conclusie is dat mannen kwetsbaarder voor langdurige valse hoop zijn dan vrouwen.De Onderzoeksgroep Liefdesverdriet bestaat uit:Roel van Duijn, liefdesverdrietconsulent, schrijver en politicus Margje Vlasveld, diëtiste en therapeute Drs Judy Hooymeyer, psychotherapeute Drs Yuri Ohlrichs, seksuoloog, werkzaam bij de Rutgers Nisso groep, (kenniscentrum seksualiteit) Dr Wim Lunsing, antropoloog, gespecialiseerd in seksualiteit, geslacht, levensstijlen in Japan Dr. Susanne Piët, psychologe Dit resultaat en de anoniem gemaakte basisgegevens ervoor is overgedragen aan de vakgroep Psychometrie van de Universiteit van Amsterdam, voor een vervolgonderzoek.De uitgewerkte resultaten van het onderzoek zijn terug te vinden op de site www.liefdesverdriet.info .Informatie:Roel van DuijnTel, 020 4704770roelvduijn@planet.nl
http://liefdesverdrietinfo.web-log.nl/liefdesverdrietinfo_weblo/2007/06/enquete_over_li.html
Van de mensen die onze enquete over liefdesverdriet hebben beantwoord ontvingen wij allerlei aardige commentaren en tips over onze website http://www.liefdesverdriet.infoHieronder zijn er een aantal voor jullie verzameld:Biedt inspiratie en troost en het gevoel dat liefdesverdriet serieus wordt genomen. Prima site, het helpt dat je niet alleen bent…En de reactie(s) van Roel vind ik hartverwarmend. Wat jullie doen is snel die eerste nood lenigen. Nog bedankt daarvoor, Roel. En dat is ook waar je behoefte aan hebt. Maar waar ik ook veel profijt van heb gehad (want ik kon niet slapen) waren hele simpele meditatieoefeningen. Zo simpel en zó effectief. Gewoon je ademhaling tellen: in uit, een, in uit, twee, in uit,drie … en als je gedachtes tussendoor krijgt gewoon weg laten vliegen en weer terug naar het tellen Tja, ik ben webdesigner, en dat kan dus stukken beter!Leuk, een weblog en forum erbij, maar ook graag wat mooier. Het mooiste zou zijn om deze in de website zelf te integreren, dat het ahw 1 geheel wordt. Goede website, mensen herkennen zich in sommige verhalen. Daardoor ga je dingen wat beter inzien, wat je bij een ander gek (of iets dergelijks) vind, kun je nu bij jezelf ook inzien. Ga er vooral mee door. De website vind ik een enorm goed initiatief. Denk dat 't nu al veel mensen helpt. Het heeft een goede oprechte uitstraling. Zou nog beter worden als ook duidelijker werd dat professionele mensen en mensen met ervaring dit continue ondersteunen. Open en eerlijk en fijn om jezelf te herkennen in de belevenissen en gevoelens van anderen. Dit is een fantastische site voor mensen met liefdesproblemen.Door het lezen van verhalen van lotgenoten leer je beter relativeren.De dat iemand naar je luistert, je verhaal leest en je begrijpt is heel belangrijk op zo’n moment.Dit is helend…Mijn ervaring met de website is prima. Zou ook een gedeelte maken waarin "goed gekomen" relaties beschreven worden. ? Goed voor als je het nodig hebt.Ervaringen van anderen helpen om jezelf te begrijpen en het verdriet te verwerken. Je bent niet aleen.!Heel goed In die tijd heb ik er bij zitten huilen,en dat luchtte op,ik zou zeggen ga zo door. Fijne site,geeft steun in wanhoopsmomenten.Misschien een nieuw onderdeel met ingezonden wraaktips. Kan opluchtend gelach bij de liefdesverdrietige lezers tot gevolg hebben. 1. ? Ga vooral zo doorOm mij heen heb ik veel mensen gezien met liefdesverdriet en hoe slopend dit kan zijn en hoe ontzettend destructief en gevaarlijk kan zijn.Zowel de website als het boek hebben mij in het begin een soort troost, herkenning én erkenning gebracht!Goeie informatie en tips maar wat onoverzichtelijk en druk, Leuke site, en geeft steun en kracht, de overlevingstactieken van hieronder ook. Leert me dat liefdesverdriet te overwinnen valt en dat je er door groeitDe website is super! Ik zal nooit vergeten hoe blij ik was toen ik deze websitevond. Ik heb er veel aangehad en het was heerlijk om mijn verhaal er op kwijt te kunnen. De website ziet er zeker nu heel erg mooi uit. Veel overzichtelijker.Ga zo door, jullie doen goed werk!!!een zeer uitgebreide en leerzame website,waar iedereen met liefdesverdriet wel iets in herkent.Een enquete houden onder de lezers/lezeressen is een goed iniatief,wat zeker vaker gehouden kan worden. Wat ik op de website wel mis,is dat mensen weinig reacties geven op de verhalen die er geschreven worden.Misschien is dit doelbewust?Persoonlijk vind ik het fijn als er een mooi en/hartverscheurend verhaal staat van iemand,om daar je reactie op te geven. Succes verder met deze geweldige website!!Ja leuke site. Moet meer over afwijzing gaan Verder lijkt me de mogelijkheid voor contact met lotgenoten een prettige. Zelf heb ik veel steun aan een vriendin die hetzelfde heeft meegemaakt. Vooral de bevestiging dat het ‘normaal’ is wat je doormaakt, is voor mij persoonlijk erg belangrijk. Verder alle lof: de site en het pakket heeft mij veel steun geboden en doet dat nog steeds.suggesties voor de toekomst ervan?Liefdesverdriet bestaat ook als je dader bent en geen slachtoffer, zoals in mijn geval!!!!? Ga vooral zo door, is een hele troost voor iedereen die kampt met liefdesverdriet.
http://liefdesverdrietinfo.web-log.nl/liefdesverdrietinfo_weblo/2007/05/aardige_comment.html
Beste lezer, wist je dat deze weblog bij de website http://www.liefdesverdriet.info hoort?Daar vind je veel meer verhalen, gedichten, beschouwingen over en therapie tegen liefdesverdriet.
http://liefdesverdrietinfo.web-log.nl/liefdesverdrietinfo_weblo/2007/04/beste_lezer_wis.html
De Bruidenoorlog
Ik had een tijdje niet meer aan mijn boek over Macedonië en gemengde relaties gedacht. D.w.z. wel over gemengde relaties, maar niet meer over Macedonië. Hoewel ik warme gevoelens heb voor dit geheimzinnige berglandje in het hart van de Balkan.En, al reizend, et ongelooflijk veel plezier aan dit boek gewerkt heb. Mijn voorlaatste boek.
Maar gisteren kreeg ik een bijzonder aardige brief van een lezer.Zoiets steekt een schrijver een riem onder het hart en eerlijk gezegd vind ik dit van tijd tot tijd wel prettig.
Hier is de brief van deze scherpzinnige en gevoelige lezer:
Geachte heer van Duijn,
Voor de tweede maal heb ik uw boek “De bruidenoorlog” gelezen en ik wil u schrijven dat ik het een goed verhaal vind. Drie weken geleden ben ik wederom in Macedonië geweest en was ik te gast bij mijn (sinds kort) vriendin Milena. Eerder was ik al in Macedonië geweest om een goede Nederlandse vriend van me te bezoeken, die daar nu woont.
Bruidenoorlog is volgens mijn eigen bevindingen nog steeds actueel: ook ik had geen enkel contact met de Albanese minderheid in Macedonië, alleen de buren van Milena, die uiterst hartelijk waren. Echter de ouders van Milena, Macedoniërs, waren toch uiterst anti-Albanees. De beide groepen leven helaas nog steeds gescheiden. Ik zie op korte termijn geen oplossing, behalve misschien een snelle toetreding tot de EU, die misschien kan zorgen voor stabiliteit, mensenrechten en anticorruptie. Al kan de EU alleen een basis bieden, de mensen en politiek in het land moet en het toch zelf doen.
Macedonië is een mooi land, met uiterst gastvrije mensen, wat ik zelf gelukkig heb mogen meemaken en hopelijk nog vele keren zal meemaken.
Met vriendelijke groeten,
Fabian
Het toeval wil dat ik juist dezer dagen een partij van deze boeken in huis krijg, zodat ik ze goedkoper kan verkopen. Voor 10 euro, terwijl de winkelprijs 18 euro is. Even een seintje naar mijn e-mail roelvduijn@planet.nl en het geld overmaken op rekeningnr. 36 57 67 468 t.n.v. R. v. Duijn, A'dam en je krijgt het boek thuisgezonden.
Roel
http://roelvanduijn.web-log.nl/roel_van_duijn/2007/03/de_bruidenoorlo.html
Aan de burgemeester van Amsterdam,
Amsterdam, 12 december 2006
Geachte heer Cohen,
In 2004 heeft u de heer Kick Koster onderscheiden in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Wat u niet kon weten, is dat u daarmee iemand hebt onderscheiden die zich in heeft schuldig gemaakt aan ontvoering van een gemeenteraadslid. I. c. mijzelf.
In 1970 ben ik door een groep van drie rechts-extremistische personen in de nacht naar België ontvoerd. De man die mij die avond voor mijn voordeur opwachtte en mij met geweld in een gereedstaande auto duwde en me tot mijn vrijlating in zijn greep gehouden heeft, was deze Kick Koster. Dit is mij pas de afgelopen tijd duidelijk geworden.
Een van de daders, mevrouw B. Zweesaardt, heeft zich namelijk tot mij gewend om haar excuses aan te bieden. Zij heeft mij daarbij ingelicht over de rol van de heer Koster, haar mededader.
Toen ik kort daarna de heer Koster op de televisie zag, als wapenexpert, herkende ik hem inderdaad. Ten overvloede heeft mij bovendien onlangs een anonymus verklaard al langere tijd te hebben geweten dat Koster de man was die mij bij de ontvoering in zijn greep genomen had.
Het nadere bewijs vind u in als bijlage bijgevoegde, verklaring die de getuigen en ik hebben opgesteld en ondertekend.
De heer Koster is door u onderscheiden omdat hij tot voor kort secretaris-generaal van de “Federation of European Societies of Arms Collectors” was. Koster was ook lange tijd voorzitter van de gelijksoortige Nederlandse vereniging “Edouard de Beaumont”. Hij was bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam kandidaat voor “Mokum Mobiel” .
De heer Koster ontkent het ten laste gelegde feit. Dat maakt het alleen nog erger. In het schelle licht van de meer recente aanslagen op en bedreigingen van volksvertegenwoordigers is er m.i. extra reden voor hem deze ontvoering te betreuren. En ook zijn excuses aan te bieden.
Deze ontvoering mag in juridische zin verjaard zijn, in morele en politieke zin is hij het zeker niet. Ook voor mij persoonlijk blijft hij pijn doen.
U kunt zich waarschijnlijk voorstellen dat het mij kwetste toen ik, via internet, tot de ontdekking kwam dat degene die mij jaren nachtmerries bezorgd heeft een onderscheiding heeft ontvangen uit handen van de voorzitter van een raad, die terecht en met overtuiging pleit voor het tegengaan van geweld.
Ik stel u dan ook voor de uitgereikte onderscheiding aan de heer Koster terug te nemen.
Op grond van zijn aandeel in een daad van terreur, die alsnog aan het licht gekomen is.
Met vriendelijke groet van
Roel van Duijn
Ex-gemeenteraadslid en ex-wethouder (1969 – 2001),
nu deelraadslid in Amsterdam OudZuid
tel. 020 4704770
Bijlage:
Bericht november 2006
Roel van Duijn ontvoerd door secretaris-generaal
Alle daders die betrokken waren bij de ontvoering van Roel van Duijn, in 1970, zijn nu eindelijk bekend. Tot dusver was alleen de naam van Joop Baank in dit verband bekend.
Drie getuigen verklaren nu dat de belangrijkste andere dader Kick Koster is geweest.
Koster was tot voor kort secretaris-generaal van de Europese federatie van wapenverzamelaars. Koster was ook lange tijd voorzitter van de gelijksoortige Nederlandse vereniging “Edouard de Beaumont”. In 2004 is hij door burgemeester Cohen onderscheiden met de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij was bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam kandidaat voor “Mokum Mobiel” .
Onlangs was hij op de televisie te zien als wapenexpert, n.a.v. de aanslag bij PCM.
In 1970 is Roel van Duijn ontvoerd en bedreigd door een extreem-rechtse groep. Een van de daders was Joop Baank, die dat vorig jaar bekend heeft in het programma “Andere Tijden”. De vraag was nu nog wie de man geweest is die van Duijn op de bewuste avond in de gereedstaande auto geduwd heeft en hem tot in België in zijn greep gehouden heeft.
Opheldering kwam toen een derde betrokkene, Betty Zweesaardt, onlangs contact met van Duijn zocht en hem haar excuses aanbood voor haar aandeel in de ontvoering. Zij had destijds telefonisch een afspraak met van Duijn gemaakt, zodat Koster op het moment de afspraak tussen haar en van Duijn tegen hem kon zeggen: “Maria (schuilnaam) zit in de auto, hoor.” Om hem vervolgens op zijn rug te springen en in de gereedstaande auto te proppen.
Betty Zweesaardt heeft van Duijn (die met de excuses ingenomen is) verklaard dat Koster de geweldenaar was geweest. Zijn telefoonnummer had zij onder de naam van Baank in haar zakagenda bewaard.
Jeanne Meyer, destijds de echtgenote van Baank en gemeenteraadslid, was niet van de ontvoering op de hoogte. Wel heeft Zweesaaardt haar er eind 2005 over verteld, evenals over het aandeel van Koster daarin. Van Duijn herkende zijn ontvoerder onlangs op de televisie.
Roel van Duijn was in 1970 gemeenteraadslid voor de Kabouterpartij. De ontvoering was te meer ernstig, omdat zij gepaard ging met de verspreiding van pamfletten in van Duijns wijk, de Jordaan, waarin een groot geldbedrag werd uitgeloofd voor zijn lijk.
De ontvoering is het eerste voorbeeld van terreur tegen een Nederlandse volksvertegenwoordiger. Justitie beschouwt de zaak als “helaas verjaard”. Kick Koster, die tot nu toe ontkend heeft, zou het sieren als hij alsnog erkent en ook excuses aanbiedt. Terreur blijft pijn doen en dient in Nederland opgehelderd en tot het verleden te behoren.
Roel van Duijn tel. 020 4704770
Betty Zweesaardt tel. 035 – 69 411 75
Jeanne Meyer tel. 06 44197578
http://roelvanduijn.web-log.nl/roel_van_duijn/2006/12/aan_de_burgemee.html
Aan de burgemeester van Amsterdam,
Amsterdam, 12 december 2006
Geachte heer Cohen,
In 2004 heeft u de heer Kick Koster onderscheiden in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Wat u niet kon weten, is dat u daarmee iemand hebt onderscheiden die zich in heeft schuldig gemaakt aan ontvoering van een gemeenteraadslid. I. c. mijzelf.
In 1970 ben ik door een groep van drie rechts-extremistische personen in de nacht naar België ontvoerd. De man die mij die avond voor mijn voordeur opwachtte en mij met geweld in een gereedstaande auto duwde en me tot mijn vrijlating in zijn greep gehouden heeft, was deze Kick Koster. Dit is mij pas de afgelopen tijd duidelijk geworden.
Een van de daders, mevrouw B. Zweesaardt, heeft zich namelijk tot mij gewend om haar excuses aan te bieden. Zij heeft mij daarbij ingelicht over de rol van de heer Koster, haar mededader.
Toen ik kort daarna de heer Koster op de televisie zag, als wapenexpert, herkende ik hem inderdaad. Ten overvloede heeft mij bovendien onlangs een anonymus verklaard al langere tijd te hebben geweten dat Koster de man was die mij bij de ontvoering in zijn greep genomen had.
Het nadere bewijs vind u in als bijlage bijgevoegde, verklaring die de getuigen en ik hebben opgesteld en ondertekend.
De heer Koster is door u onderscheiden omdat hij tot voor kort secretaris-generaal van de “Federation of European Societies of Arms Collectors” was. Koster was ooklange tijd voorzitter van de gelijksoortige Nederlandse vereniging “Edouard de Beaumont”. Hij was bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam kandidaat voor “Mokum Mobiel” .
De heer Koster ontkent het ten laste gelegde feit. Dat maakt het alleen nog erger. In het schelle licht van de meer recente aanslagen op en bedreigingen van volksvertegenwoordigers is er m.i. extra reden voor hem deze ontvoering te betreuren. En ook zijn excuses aan te bieden.
Deze ontvoering mag in juridische zin verjaard zijn, in morele en politieke zin is hij het zeker niet. Ook voor mij persoonlijk blijft hij pijn doen.
U kunt zich waarschijnlijk voorstellen dat het mij kwetste toen ik, via internet, tot de ontdekking kwam dat degene die mij jaren nachtmerries bezorgd heeft een onderscheiding heeft ontvangen uit handen van de voorzitter van een raad, die terecht en met overtuiging pleit voor het tegengaan van geweld.
Ik stel u dan ook voor de uitgereikte onderscheiding aan de heer Koster terug te nemen.
Op grond van zijn aandeel in een daad van terreur, die alsnog aan het licht gekomen is.
Met vriendelijke groet van
Roel van Duijn
Ex-gemeenteraadslid en ex-wethouder (1969 – 2001),
nu deelraadslid in Amsterdam Oud Zuid
Bericht
Roel van Duijn ontvoerd door secretaris-generaal
Alle daders die betrokken waren bij de ontvoering van Roel van Duijn, in 1970, zijn nu eindelijk bekend. Tot dusver was alleen de naam van Joop Baank in dit verband bekend.
Drie getuigen verklaren nu dat de belangrijkste andere dader Kick Koster is geweest.
Koster was tot voor kort secretaris-generaal van de Europese federatie van wapenverzamelaars.Koster was ook lange tijd voorzitter van de gelijksoortige Nederlandse vereniging “Edouard de Beaumont”. In 2004 is hij door burgemeester Cohen onderscheiden met de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij was bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam kandidaat voor “Mokum Mobiel” .
Onlangs was hij op de televisie te zien als wapenexpert, n.a.v. de aanslag bij PCM.
In 1970 is Roel van Duijn ontvoerd en bedreigd door een extreem-rechtse groep. Een van de daders was Joop Baank, die dat vorig jaar bekend heeft in het programma “Andere Tijden”. De vraag was nu nog wie de man geweest is die van Duijn op de bewuste avond in de gereedstaande auto geduwd heeft en hem tot in België in zijn greep gehouden heeft.
Opheldering kwam toen een derde betrokkene, Betty Zweesaardt, onlangs contact met van Duijn zocht en hem haar excuses aanbood voor haar aandeel in de ontvoering. Zij had destijds telefonisch een afspraak met van Duijn gemaakt, zodat Koster op het moment de afspraak tussen haar en van Duijn tegen hem kon zeggen: “Maria (schuilnaam) zit in de auto, hoor.” Om hem vervolgens op zijn rug te springen en in de gereedstaande auto te proppen.
Betty Zweesaardt heeft van Duijn (die met de excuses ingenomen is) verklaard dat Koster de geweldenaar was geweest. Zijn telefoonnummer had zij onder de naam van Baank in haar zakagenda bewaard.
Jeanne Meyer, destijds de echtgenote van Baank en gemeenteraadslid, was niet van de ontvoering op de hoogte. Wel heeft Zweesaaardt haar er eind 2005 over verteld, evenals over het aandeel van Koster daarin. Van Duijn herkende zijn ontvoerder onlangs op de televisie. Roel van Duijn was in 1970 gemeenteraadslid voor de Kabouterpartij. De ontvoering was te meer ernstig, omdat zij gepaard ging met de verspreiding van pamfletten in van Duijns wijk, de Jordaan, waarin een groot geldbedrag werd uitgeloofd voor zijn lijk.
De ontvoering is het eerste voorbeeld van terreur tegen een Nederlandse volksvertegenwoordiger. Justitie beschouwt de zaak als “helaas verjaard”. Kick Koster, die tot nu toe ontkend heeft, zou het sieren als hij alsnog erkent en ook excuses aanbiedt. Terreur
blijft pijn doen en dient in Nederland opgehelderd en tot het verleden te behoren.
http://roelvanduijn.web-log.nl/roel_van_duijn/2006/12/aan_de_burgemee.html
GroenLinks moet modieus masker afzetten
GroenLinks is aan grondige bezinning toe. Voor de derde achtereenvolgende maal heeft de partij verloren. Van 11 zetels in 1999, naar 10 in 2002, naar 8 in 2003. En nu maar 7. Een uitslag die de PPR in haar eentje, in 1973, al maakte. Voor zo’n mager resultaat is GroenLinks, als samenwerking tussen 5 partijen, niet opgericht!
Waarom heeft GroenLinks het in werfkracht dik verloren van de zegevierende SP?
“Groei mee”, luidde de verkiezingsleuze van de partij. Mee, met wat? Met de heersende orde, of het verzet daartegen? Dat is de kiezer niet goed duidelijk gemaakt.
De kiezer zag een foto van Femke achter een autostuur en vroeg zich af of dit nu die kritische milieupartij is. Hij proefde bij ons niet genoeg hartstocht , strijd, vernieuwing. Zoals het zweet op het hoofd van Marijnissen, de bezetenheid van Marianne Thieme. Of, tégen links, de hardheid van Wilders.
De echtheid van GroenLinks is onvoldoende uit de verf gekomen. Het beeld van een trendy knuffelpartij bleef over.
Groen en links. Ja,ons programma heeft de beste paragraaf over milieu en energie. De partij beschikt over de beste milieuspecialisten en zij wemelt van de activisten. Maar hoe groen was de partij in deze campagne?
Nee, pas de laatste week, toen ongeruste partijleden de campagneleiding waarschuwden dat te veel praten over werkgelegenheid, versoepeling van ontslagrecht en ingewikkelde “vergroening van het belastingstelsel” te veel de aandacht afleidde van de kernboodschap. De Partij van de Dieren, die goed doordramde over dieren en milieu, kreeg vrij spel. Natuurlijk ook de SP, die nu meer milieu en gezondheid in haar propaganda gestopt heeft.
En hoe links? Femke deed haar best. Zij sprak talentvol over een links kabinet. Strategisch. Maar inhoudelijk? Emotionele uitspraken over de armoede kwamen er nauwelijks uit haar mond. Ingewikkelde taal, zoals “De publieke sector rafelt aan alle kanten.” Waar. Maar bloedeloos. Met als resultaat dat GroenLinks bij de arme mensen in het land slechts 7 procent van de stemmen kreeg. Iets wat voor een uitgesproken linkse partij onder de maat is.
De partijtop heeft de kiezers haar tanden niet laten zien. Ook niet aan de SP, waar die het aan haar lijstduwer overliet om te pleiten voor een generaal pardon en rechten van allochtonen.
Links, dat wil zeker ook zeggen integratie. Maar hoe zichtbaar strijdt GroenLinks voor bijvoorbeeld gemengde scholen? Te snel komt de academische vrees op dat het aanspreken van mensen op hun achtergrond “discriminatie” zou kunnen zijn. Te makkelijk wordt er in berust dat “ook een zwarte school heel goed kan zijn”. De SP toont zich in dit opzicht vastberadener. Die wil desnoods bussen inzetten om leerlingen te mengen. Integratie, dat vereist ook keiharde strijd tegen armoede.
Wat ontbreekt is geloofwaardige verbetenheid.
De top van Groenlinks wil modieus zijn. De uitstraling moet, jong, vrolijk, glad zijn. Mensen boven de vijftig worden op de kandidatenlijsten nauwelijks toegelaten. Marijnissen (54), met zijn leeftijd, ernst en gezicht van een “gewone man”, zou in een gesprek met een kandidatencommissie van GroenLinks het niet ver brengen. Of een Huub Oosterhuis, met zijn zeventig levensjaren. De ironie is, dat dit jeugdig vertoon op jongeren weinig indruk maakt. Jongeren malen niet over de leeftijd van Balkenende (50), zij stemmen op hem.
De top van GroenLinks worstelt, door zijn streven naar een modieus, jong en vlot imago, met een innerlijke tegenstelling. Het wil de multiculturele samenleving. Maar in de praktijk is het een partij van blanke intellectuelen, die uiterst moeizaam allochtonen binnenhaalt. En arbeiders of werklozen? Ook die zien blijkbaar een gordijn hangen, waar GroenLinks achter schuil gaat. Als dat niet verandert, wordt dit ideaal ongeloofwaardig. Gordijnen open!
GroenLinks doet er goed aan de tanden te zetten in haar kernboodschap: kiezen voor een groene, integrerende politiek. En het trendy masker af te zetten.
Roel van Duijn
Arend Hamstra
Dingeman Coumou
Friduwih Riemersma
(deelraadsleden GL Amsterdam OudZuid en Centrum)
http://roelvanduijn.web-log.nl/roel_van_duijn/2006/12/groenlinks_moet.html
GroenLinks is aan grondige bezinning toe. Voor de derde achtereenvolgende maal heeft de partij verloren. Van 11 zetels in 1999, naar 10 in 2002, naar 8 in 2003. En nu maar 7. Een uitslag die de PPR in haar eentje, in 1973, al maakte. Voor zo’n mager resultaat is GroenLinks, als samenwerking tussen 5 partijen, niet opgericht!
Waarom heeft GroenLinks het in werfkracht dik verloren van de zegevierende SP?
“Groei mee”, luidde de verkiezingsleuze van de partij. Mee, met wat? Met de heersende orde, of het verzet daartegen? Dat is de kiezer niet goed duidelijk gemaakt.
De kiezer zag een foto van Femke achter een autostuur en vroeg zich af of dit nu die kritische milieupartij is.
Hij proefde bij ons niet genoeg hartstocht , strijd, vernieuwing. Zoals het zweet op het hoofd van Marijnissen, de bezetenheid van Marianne Thieme. Of, tégen links, de hardheid van Wilders.
De echtheid van GroenLinks is onvoldoende uit de verf gekomen. Het beeld van een trendy knuffelpartij bleef over.
Groen en links.
Ja,ons programma heeft de beste paragraaf over milieu en energie. De partij beschikt over de beste milieuspecialisten en zij wemelt van de activisten. Maar hoe groen was de partij in deze campagne?
Nee, pas de laatste week, toen ongeruste partijleden de campagneleiding waarschuwden dat te veel praten over werkgelegenheid, versoepeling van ontslagrecht en ingewikkelde “vergroening van het belastingstelsel” te veel de aandacht afleidde van de kernboodschap. De Partij van de Dieren, die goed doordramde over dieren en milieu, kreeg
vrij spel. Natuurlijk ook de SP, die nu meer milieu en gezondheid in haar propaganda gestopt heeft.
En hoe links? Femke deed haar best. Zij sprak talentvol over een links kabinet. Strategisch. Maar inhoudelijk? Emotionele uitspraken over de armoede kwamen er nauwelijks uit haar mond. Ingewikkelde taal, zoals “De publieke sector rafelt aan alle kanten.” Waar. Maar bloedeloos. Met als resultaat dat GroenLinks bij de arme mensen in het land slechts 7 procent van de stemmen kreeg. Iets wat voor een uitgesproken linkse partij onder de maat is.
De partijtop heeft de kiezers haar tanden niet laten zien. Ook niet aan de SP, waar die het aan haar lijstduwer overliet om te pleiten voor een generaal pardon en rechten van allochtonen.
Links, dat wil zeker ook zeggen integratie. Maar hoe zichtbaar strijdt GroenLinks voor bijvoorbeeld gemengde scholen? Te snel komt de academische vrees op dat het aanspreken van mensen op hun achtergrond “discriminatie” zou kunnen zijn. Te makkelijk wordt er in berust dat “ook een zwarte school heel goed kan zijn”. De SP toont zich in dit opzicht vastberadener. Die wil desnoods bussen inzetten om leerlingen te mengen. Integratie, dat vereist ook keiharde strijd tegen armoede.
Wat ontbreekt is geloofwaardige verbetenheid.
De top van Groenlinks wil modieus zijn. De uitstraling moet, jong, vrolijk, glad zijn. Mensen boven de vijftig worden op de kandidatenlijsten nauwelijks toegelaten. Marijnissen (54), met zijn leeftijd, ernst en gezicht van een “gewone man”, zou in een gesprek met een kandidatencommissie van GroenLinks het niet ver brengen. Of een Huub Oosterhuis, met zijn zeventig levensjaren. De ironie is, dat dit jeugdig vertoon op jongeren weinig indruk maakt. Jongeren malen niet over de leeftijd van Balkenende (50), zij stemmen op hem.
De top van GroenLinks worstelt, door zijn streven naar een modieus, jong en vlot imago, met een innerlijke tegenstelling. Het wil de multiculturele samenleving. Maar in de praktijk is het een partij van blanke intellectuelen, die uiterst moeizaam allochtonen binnenhaalt. En arbeiders of werklozen? Ook die zien blijkbaar een gordijn hangen, waar GroenLinks achter schuil gaat. Als dat niet verandert, wordt dit ongeloofwaardig. Gordijnen open!
GroenLinks doet er goed aan de tanden te zetten in haar kernboodschap: kiezen voor een groene, integrerende politiek. En het trendy masker af te zetten.
http://roelvanduijn.web-log.nl/roel_van_duijn/2006/12/groenlinks_moet.html
Kijk ook op http://www.liefdesverdriet.info en http://www.roelvanduijn.nl voor meer informatie over mijn activiteiten.
http://roelvanduijn.web-log.nl/roel_van_duijn/2006/11/kijk_ook_op_lie.html
Hier wordt binnenkort een andere tekst geplaatst.
http://roelvanduijn.web-log.nl/roel_van_duijn/2006/11/geselecteerd_al.html
Van de zomer zijn Marina en ik op huwelijksreis geweest, naar Rusland. Haar geboorteland. Hier mijn verslag van die opwindende reis.
Wie redt Rusland?
Uit: Het Parool. 23 september 2006
Kijk niet naar de mensen, gebaart mijn vrouw. In de autobus. We rijden door Nizjni Novgorod, de derde stad van Rusland, oostelijk van Moskou.
De passagiers zwijgen en geven elkaar stil de acht roebel door. De conductrice opent zwijgend haar hand. “Alstublieft twee kaartjes”. spreek ik uitdagend.. Mijn Russische vrouw schudt haar hoofd. Begrijp ik dan nog niet dat je je mond moet houden?
Veel Russen hebben zich er in een eeuw van revolutie, terreur en oorlogen aan gewend dat het verstandiger is om kontakt te mijden. Maar ik wil daar niet aan mee doen en bij het openzwaaien van de verroeste deur roep ik baldadig “tot ziens!” Het blijft stil.
Zouden andere toeristen dit niet ook een vreemde ervaring vinden? vraag ik mijn vrouw. Maar die zijn er niet in deze industriestad. Nizjni Novgorod (van 1918 tot 1989 Gorki) was tot voor kort een verboden stad. De produktie van wapens voor het Rode Leger, noch het nucheaire onderzoekscentrum, had aan vreemde ogen behoefte. Geen mens die hier een vreemde taal beheerst.
De straten zijn van modder, met grillige schotsen asfalt. We lopen langs betonnen schuttingen en morsige woonblokken. Op een hoek zit, geknield, een oude vrouw met een paar bekers bosbessen. Mannen met flessen in de hand staan op een kinderloze speelplaats.
Als we door een poort van opkrullende gasbuizen lopen, herken ik met een juichkreet de flat van mijn schoonmoeder. Een versleten Chroestjovka. We zoeken haar bij de brandweer, waar zij de vloeren boent. “Klara Michailrovna”, schalt een microfoonstem door het omtraliede kompleks. Een stevige baboesjka met een schoon hoefddoekje komt stralend tevoorschijn
Ze is tegen de zeventig, met rode wangen van de hoge bloeddruk. “Bosbessentaart heb ik al voor jullie klaar staan”, lacht zij. Ze geeft ons de huissleutel . Als we de bescheiden woning binnengaan, ruiken we een nootachtige, heerlijke geur. Het zijn paddenstoelen, die zachtjes boven het fornuis zachtjes worden geroosterd. Aan de huiskamermuur hang teen vergelende foto van grootmoeder, die mijn schoonmoeder de kunst van paddestoelenzoeken en het overleven geleerd heeft.
De televisie meldt dat op de Tsjerkesische markt in Moskou een bom ontploft is. De elf doden en vijftig gewonden zijn Kaukasi”ers en Vietnamezen.
Een racistische aanslag? vraag ik. Volgens de Moskouse politie kan het gaan om een kommersi”ele afrekening. Maar dit nieuws wordt overschaduwd door het neerstorten van een Russisch vliegtuig in Oekraïne. Daar zijn de doden vooral Russen. Vanaf het balkonnetje zien we tussen de berken het gebloemde hoofddoekje van mijn schoonmoeder naderen.
Mijn nieuwe schoonvader is al lang dood. Zoals zoveel Russische mannen heeft hij veel korter dan zijn vrouw geleefd. Waarom is de gemiddelde levensduur van een Rus niet hoger dan 58 jaar? Waarom zijn er een miljoen meer vrouwen dan mannen in dit land?
Ja, het alcoholisme treft, zichtbaar op straat, de man al seen epidemie. Waarom is hij daarvoor zo vatbaar, veel meer dan de vrouw?
Zeker hebben zinloze oorlogen, zoals in Afganistan en Tsjetsjenïe, een deprimerende invloed op de van het front teruggekeerde mannen. Toch ligt er iets raadselachtigs over hun grijpen naar de fles. Ik houd het erop dat bij veel Russische mannen een diepe wens leeft om veilig in de armen van hun vrouw te sterven, vrijgesteld van verschrikking van de huishoudelijke verantwoordelijkheid dat in het omgekeerde geval zou dreigen.
Een minder bekende reden voor de teruglopende levensverwachting van speciaal de man is het verval van de Russische gezondheidszorg na de perestroika.
De gratis gezondheidszorg die er in de Sovjetunie bestond, is in het tegendeel verkeerd. Alle specialistische zorg, tot aan de tandarts toe, moet ogenblikkelijk afgerekend of zelfs voorgeschoten worden. Alleen de huisarts is nog gratis. Verzekeringen bestaan er voor de gewone mens niet. En wat al seen operatie onvermijdelijk wordt? Men brengt de sieraden naar de lommerd, die hier ongekend bloeit. Bovendien is het nu meer en meer gebruikelijk dat een omkoopsom aan de arts betaald wordt om aan de beurt te komen.
Het zijn vooral de mannen, hier het zwakke geslacht, die eronder lijden. In de eerste jaren na de opheffing van de Sovjetunie is de levensverwachting van de man met gemiddeld zes jaar gedaald.
Ook de televisie in onze huiskamer maakt zich zorgen over het groeiende vrouwenoverschot. Het vertrek van vrouwen naar het westen wordt niet toegejuichd. Men toont beelden van jonge mannen die met twee vrouwen gaan. Maar welke redder van het Russische volk weet een betere oplossing?
Het is Zjirinovsky, de opmerkelijk populaire leider van de “Liberaal-democratische Partij van Rusland”. Hij wil vrouwenemigratie verbieden en daarentegen het verbod op polygamie afschaffen; om zodoende de afname van hert Russische volk radikaal tegen te gaan. Persoonlijk, zegt hij monter, wil hij met alle plezier een tweede vrouw bevruchten en instaan voor de opvoeding van het kind. Mijn schoonmoeder verklaart, terwijl zij een reusachtige ketel paddenstoelensoep gereed maakt voor de lange winter, dat zij in deze oplossing niets ziet.
Wie redt Rusland wel?
De politie maakt de dag na de aanslag op de Tsjerkesische markt bekend dat de daders skinheads zijn. Een drietal studenten: een in de rechten, een ander in de chemie. Ik denk eraan hoe Amsterdam op zijn kop zou staan van woede, als bijvoorbeeld de “Turkenmarkt” op het Bos-en-Lommerplein door een dergelijke, vernietigende aanslag getroffen zou worden.
Demonstreert men in de straten van Moskou tegen de oorlogsverklaring aan immigranten? Welke maatregelen neemt de burgemeester van Moskou? Wat is het kommentaar van Poetin? Op al deze vragen krijg ik geen antwoord. dan dat er niets gedaan of gezegd wordt.
Ik ontcijfer de Izvestia, een van de betere kranten, die suggereert dat de gearresteerden niet de werkelijke daders zijn. Over de talrijke slachtoffers maakt men geen enkele bijzonderheid bekend. Familieleden of vrienden van de getroffenen komen niet aan het woord.
Een week later zijn we te gast in de datsja van onze vrienden Irina en Sasha. We genieten er van de moestuin en het hete Russische bad. Snachts regent het. Als we de volgende dag terugrijden naar de stad, stuit onze auto in de wildernis op een andere, die in de modder vast zit. Uit de andere auto komen twee jonge mannen die onze hulp vragen., zodat wij aan hun wagen sjorren. Vergeefs.
“Geef ons benzine, Sasha!” eist dan ineens luidkeels een van de twee. Maar die pakt een schop uit onze laadbak en begint de modder weg te scheppen. De langste van de twee stuift op hem af en geeft Sasha een klap. Waarop de kortere op de langere inbeukt. De vrouwen trekken de vechtenden uit elkaar. “Kalmeer een beetje!” roept Sasha.
Als we eindelijk kunnen doorrijden, legt Sasha uit dat de twee mannen Tsjoevasin zijn, een Tartaars volk dat het niet op Russen begrepen heeft. De lange man is bovendien net terug uit de Tsjetsjeense oorlog.
In de Izvestia treft mij een ingezonden brief van een Moskouse, Elena Plotnikova, die erop wijst dat de aanslag op de Tsjerkesische markt aan het licht brengt dat een fascistische dreiging boven Rusland hangt. Ze wijst op de fanatieke, jonge “nationaal-bolsjewieken” en de rechtse schrijver Limonov. Het nieuwe fascisme, zegt zij, zal niet met het hakenkruis zwaaien. Maar het zal werken met andere symbolen. Is het toeval dat op de voorpagina van deze krant een foto prijkt van een vijftig meter lange Russische nationale vlag, die door jongeren door de straten van Moskou gedragen wordt? Het is de “Dag van de Vlag”, iets nieuws.
Een paar dagen later maakt het hoofd van de Moskouse politie bekend dat de daders van de bomaanslag waarschijnlijk ook betrokken zijn geweest bij acht eerdere bomexplosies. Allen gericht tegen “niet-Russen” en “vertegenwoordigers van een seksuele minderheid” (het woord “homo-seksueel” komt hem niet over de lippen). Ook nu hoor ik geen enkel kommentaar van politici of oproepen tot actie tegen racisme.
Geen woord over de slachtoffers. Waarom con centreert alle aandacht zich op de daders en zijn de slachtoffers en hun verwanten niet interessant? Na vier weken van intensief kranten lezen en televisie kijken kom ik erachter dat het antwoord is, dat de Russische media hoe dan ook nauwelijks publiceren over ethnische minderheden.
Wie redt Rusland?
Mijn schoonmoeder toont mij meer foto’s van haar moeder, Varvara. Deze overleden vrouw is de heldin van mijn schoonfamilie. Varvara’s man liet haar met vier kleine kinderen zitten, kort na de oorlog. Straatarm. Een paar schoenen voor alle kinderen samen. Overdag moest zij, zonder vergoeding, in de kolchoze werken. “Voor het vaderland”. Toch wist Varvara zich te redden. ’S avonds verzamelde zij met de kinderen in het bos paddenstoelen, bessen en hars. Die verkochten zij en haar kinderen op straat. Zelf was Varvara analfabeet, maar haar kinderen kwamen allen geschoold en gezond uit de strijd. Varvara overleefde de revolutie, de Sovjetunie en Jeltsin en werd 94 jaar.
“Als Rusland”, zegt mijn schoonmoeder, “toekomst heeft, dan is het omdat de geest van Varvara voortleeft.”.
Roel van Duijn
(Nizjni Novgorod, september 2006)
http://roelvanduijn.web-log.nl/roel_van_duijn/2006/10/van_de_zomer_zi.html
Van de zomer zijn Marina en ik op huwelijksreis geweest, naar Rusland. Haar geboorteland. Hier mijn verslag van die opwindende reis.
Uit: Het Parool. 23 september 2006
Kijk niet naar de mensen, gebaart mijn vrouw. In de autobus. We rijden door Nizjni Novgorod, de derde stad van Rusland, oostelijk van Moskou.
De passagiers zwijgen en geven elkaar stil de acht roebel door. De conductrice opent zwijgend haar hand. “Alstublieft twee kaartjes”. spreek ik uitdagend.. Mijn Russische vrouw schudt haar hoofd. Begrijp ik dan nog niet dat je je mond moet houden?
Veel Russen hebben zich er in een eeuw van revolutie, terreur en oorlogen aan gewend dat het verstandiger is om kontakt te mijden. Maar ik wil daar niet aan mee doen en bij het openzwaaien van de verroeste deur roep ik baldadig “tot ziens!” Het blijft stil.
Zouden andere toeristen dit niet ook een vreemde ervaring vinden? vraag ik mijn vrouw. Maar die zijn er niet in deze industriestad. Nizjni Novgorod (van 1918 tot 1989 Gorki) was tot voor kort een verboden stad. De produktie van wapens voor het Rode Leger, noch het nucheaire onderzoekscentrum, had aan vreemde ogen behoefte. Geen mens die hier een vreemde taal beheerst.
De straten zijn van modder, met grillige schotsen asfalt. We lopen langs betonnen schuttingen en morsige woonblokken. Op een hoek zit, geknield, een oude vrouw met een paar bekers bosbessen. Mannen met flessen in de hand staan op een kinderloze speelplaats.
Als we door een poort van opkrullende gasbuizen lopen, herken ik met een juichkreet de flat van mijn schoonmoeder. Een versleten Chroestjovka. We zoeken haar bij de brandweer, waar zij de vloeren boent. “Klara Michailrovna”, schalt een microfoonstem door het omtraliede kompleks. Een stevige baboesjka met een schoon hoefddoekje komt stralend tevoorschijn
Ze is tegen de zeventig, met rode wangen van de hoge bloeddruk. “Bosbessentaart heb ik al voor jullie klaar staan”, lacht zij. Ze geeft ons de huissleutel . Als we de bescheiden woning binnengaan, ruiken we een nootachtige, heerlijke geur. Het zijn paddenstoelen, die zachtjes boven het fornuis zachtjes worden geroosterd. Aan de huiskamermuur hang teen vergelende foto van grootmoeder, die mijn schoonmoeder de kunst van paddestoelenzoeken en het overleven geleerd heeft.
De televisie meldt dat op de Tsjerkesische markt in Moskou een bom ontploft is. De elf doden en vijftig gewonden zijn Kaukasi”ers en Vietnamezen.
Een racistische aanslag? vraag ik. Volgens de Moskouse politie kan het gaan om een commerciële afrekening. Maar dit nieuws wordt overschaduwd door het neerstorten van een Russisch vliegtuig in Oekraïne. Daar zijn de doden vooral Russen. Vanaf het balkonnetje zien we tussen de berken het gebloemde hoofddoekje van mijn schoonmoeder naderen.
Mijn nieuwe schoonvader is al lang dood. Zoals zoveel Russische mannen heeft hij veel korter dan zijn vrouw geleefd. Waarom is de gemiddelde levensduur van een Rus niet hoger dan 58 jaar? Waarom zijn er een miljoen meer vrouwen dan mannen in dit land?
Ja, het alcoholisme treft, zichtbaar op straat, de man al seen epidemie. Waarom is hij daarvoor zo vatbaar, veel meer dan de vrouw?
Zeker hebben zinloze oorlogen, zoals in Afganistan en Tsjetsjenïe, een deprimerende invloed op de van het front teruggekeerde mannen. Toch ligt er iets raadselachtigs over hun grijpen naar de fles. Ik houd het erop dat bij veel Russische mannen een diepe wens leeft om veilig in de armen van hun vrouw te sterven, vrijgesteld van verschrikking van de huishoudelijke verantwoordelijkheid dat in het omgekeerde geval zou dreigen.
Een minder bekende reden voor de teruglopende levensverwachting van speciaal de man is het verval van de Russische gezondheidszorg na de perestroika.
De gratis gezondheidszorg die er in de Sovjetunie bestond, is in het tegendeel verkeerd. Alle specialistische zorg, tot aan de tandarts toe, moet ogenblikkelijk afgerekend of zelfs voorgeschoten worden. Alleen de huisarts is nog gratis. Verzekeringen bestaan er voor de gewone mens niet. En wat al seen operatie onvermijdelijk wordt? Men brengt de sieraden naar de lommerd, die hier ongekend bloeit. Bovendien is het nu meer en meer gebruikelijk dat een omkoopsom aan de arts betaald wordt om aan de beurt te komen.
Het zijn vooral de mannen, hier het zwakke geslacht, die eronder lijden. In de eerste jaren na de opheffing van de Sovjetunie is de levensverwachting van de man met gemiddeld zes jaar gedaald.
Ook de televisie in onze huiskamer maakt zich zorgen over het groeiende vrouwenoverschot. Het vertrek van vrouwen naar het westen wordt niet toegejuichd. Men toont beelden van jonge mannen die met twee vrouwen gaan. Maar welke redder van het Russische volk weet een betere oplossing?
Het is Zjirinovsky, de opmerkelijkpopulaire leider van de “Liberaal-democratische Partij van Rusland”. Hij wil vrouwenemigratie verbieden en daarentegen het verbod op polygamie afschaffen; om zodoende de afname van hert Russische volk radikaal tegen te gaan. Persoonlijk, zegt hij monter, wil hij met alle plezier een tweede vrouw bevruchten en instaan voor de opvoeding van het kind. Mijn schoonmoeder verklaart, terwijl zij een reusachtige ketel paddenstoelensoep gereed maakt voor de lange winter, dat zij in deze oplossing niets ziet.
Wie redt Rusland wel?
De politie maakt de dag na de aanslag op de Tsjerkesische markt bekend dat de daders skinheads zijn. Een drietal studenten: een in de rechten, een ander in de chemie. Ik denk eraan hoe Amsterdam op zijn kop zou staan van woede, als bijvoorbeeld de “Turkenmarkt” op het Bos-en-Lommerplein door een dergelijke, vernietigende aanslag getroffen zou worden.
Demonstreert men in de straten van Moskou tegen de oorlogsverklaring aan immigranten? Welke maatregelen neemt de burgemeester van Moskou? Wat is het kommentaar van Poetin? Op al deze vragen krijg ik geen antwoord. dan dat er niets gedaan of gezegd wordt.
Ik ontcijfer de Izvestia, een van de betere kranten, die suggereert dat de gearresteerden niet de werkelijke daders zijn. Over de talrijke slachtoffers maakt men geen enkele bijzonderheid bekend. Familieleden of vrienden van de getroffenen komen niet aan het woord.
Een week later zijn we te gast in de datsja van onze vrienden Irina en Sasha. We genieten er van de moestuin en het hete Russische bad. Snachts regent het. Als we de volgende dag terugrijden naar de stad, stuit onze auto in de wildernis op een andere, die in de modder vast zit. Uit de andere auto komen twee jonge mannen die onze hulp vragen., zodat wij aan hun wagen sjorren. Vergeefs.
“Geef ons benzine, Sasha!” eist dan ineens luidkeels een van de twee. Maar die pakt een schop uit onze laadbak en begint de modder weg te scheppen. De langste van de twee stuift op hem af en geeft Sasha een klap. Waarop de kortere op de langere inbeukt. De vrouwen trekken de vechtenden uit elkaar. “Kalmeer een beetje!” roept Sasha.
Als we eindelijk kunnen doorrijden, legt Sasha uit dat de twee mannen zijn, een Tartaars volk dat het niet op Russen begrepen heeft. De lange man is bovendien net terug uit de Tsjetsjeense oorlog.
In de Izvestia treft mij een ingezonden brief van een Moskouse, Elena Plotnikova, die erop wijst dat de aanslag op de Tsjerkesische markt aan het licht brengt dat een fascistische dreiging boven Rusland hangt. Ze wijst op de fanatieke, jonge “nationaal-bolsjewieken” en de rechtse schrijver Limonov. Het nieuwe fascisme, zegt zij, zal niet met het hakenkruis zwaaien. Maar het zal werken met andere symbolen. Is het toeval dat op de voorpagina van deze krant een foto prijkt van een vijftig meter lange Russische nationale vlag, die door jongeren door de straten van Moskou gedragen wordt? Het is de “Dag van de Vlag”, iets nieuws.
Een paar dagen later maakt het hoofd van de Moskouse politie bekend dat de daders van de bomaanslag waarschijnlijk ook betrokken zijn geweest bij acht eerdere bomexplosies. Allen gericht tegen “niet-Russen” en “vertegenwoordigers van een seksuele minderheid” (het woord “homo-seksueel” komt hem niet over de lippen). Ook nu hoor ik geen enkel kommentaar van politici of oproepen tot actie tegen racisme.
Geen woord over de slachtoffers. Waarom con centreert alle aandacht zich op de daders en zijn de slachtoffers en hun verwanten niet interessant? Na vier weken van intensief kranten lezen en televisie kijken kom ik erachter dat het antwoord is, dat de Russische media hoe dan ook nauwelijks publiceren over ethnische minderheden.
Wie redt Rusland?
Mijn schoonmoeder toont mij meer foto’s van haar moeder, Varvara. Deze overleden vrouw is de heldin van mijn schoonfamilie. Varvara’s man liet haar met vier kleine kinderen zitten, kort na de oorlog. Straatarm. Een paar schoenen voor alle kinderen samen. Overdag moest zij, zonder vergoeding, in de kolchoze werken. “Voor het vaderland”. Toch wist Varvara zich te redden. ’S avonds verzamelde zij met de kinderen in het bos paddenstoelen, bessen en hars. Die verkochten zij en haar kinderen op straat. Zelf was Varvara analfabeet, maar haar kinderen kwamen allen geschoold en gezond uit de strijd. Varvara overleefde de revolutie, de Sovjetunie en Jeltsin en werd 94 jaar.
“Als Rusland”, zegt mijn schoonmoeder, “toekomst heeft, dan is het omdat de geest van Varvara voortleeft.”.
Roel van Duijn
(Nizjni Novgorod, september 2006)
http://roelvanduijn.web-log.nl/roel_van_duijn/2006/10/van_de_zomer_zi.html
Binnenkort ben ik ook via dit medium te lezen.
http://roelvanduijn.web-log.nl/roel_van_duijn/2006/10/het_eerste_webl.html
Ondanks dat provo's en kabouters niet rechtstreeks iets met brommers te maken hadden, hier toch aandacht voor deze protest bewegingen. Veel 'eerste generatie' Puchrijders deden mee met akties of symphatiseerde ermee, vandaar. Onderaan kan je nog doorschakelen naar de 'provo kranten index', hier tref je een aantal -smeuige- artikelen aan over de in dit stuk genoemde gebeurtenissen. Lees hier het gehele artikel.
Liefde tussen mensen van elkaar vijandig gezinde volkeren, zoalsMacedoniërs en Albanezen, is taboe. Zoals in ons land in grote kringen liefde tussen christenen en islamieten taboe is. In Macedonië heeft deze bittere sfeer tot een burgeroorlog geleid, in 2001. In Macedonië heb ik twee zeldzaam dappere mensen leren kennen: de Albanese vrouw Myrveta en de Macedonische man Goce. Geen liefdespijnen zijn hen bespaard gebleven, niet tegenover de wedwerzijdse familie, niet tegenover elkaar. Toch hielden zij vol. Na een geheime verhouding van 7 jaar moesten zij hun stad ontvluchten, belaagd door gewapende familieleden. Ik heb alle betrokkenen o ndervraagd en heb ondekt dat de vraag, waarom deze haat zo hoog kan oplopen, dezelfde is als de vraag hoe en waarom de burgeroorlog kon uitbreken. Ik heb veel reizen gemaakt om deze dubbele vraag rond het in mystificaties gehulde Macedonië te beantwoorden. Die leidden me langs brandpunten van corruptie, intrige, geweld en tenslotte naar een kelder waar vrouwen de strijd tegen verborgen, maar wijdverbreide incest aanbinden. Levensgevaarlijk, in een land waar multi-ethnische liefde als gevaarlijker dan incest wordt beschouwd. In de loop van mijn reizen ben ik steeds meer een Balkaniër zonder nationaliteit geworden. Zo rondliftend ben ik tot mijn analyse van het meest labiele deel van Europa gekomen. Een politiek akkoord heeft voorlopig de vrede bewaard. Voor hoelang? De etnische haat en de armoede duren voort. De hulp van het Westen trekt zich, nu de ogen op het Midden-Oosten gevestigd zijn, van de Balkan terug. Hoe kunnen mensen dwars door het gordijn van de haat desondanks op elkaar verliefd worden en hun liefde hooghouden?
Als oorlogskind ben ik in Den Haag geboren, kort voor het bombardement op het Bezuidenhout. Mijn familie is gevlucht naar de Bomen- en Vruchtenbuurt en daar, aan de voet van de duinen, ben ik als een Montessorikind opgegroeid. Als vredesaktivist ben ik begonnen, met de organisatie van sitdown-demonstraties tegen de atoombom in Den Haag en Amsterdam (1960). Zo kwam ik in aanraking met het anarchisme en werd ik redacteur van het nog door Domela Nieuwenhuis gestichte tijdschrift De Vrije Socialist. Nadat ik in Den Haag het eindexamen gymnasium alfa had gedaan, ben ik in 1963 in Amsterdam geschiedenis en politicologie gaan studeren, later nog een aantal jaren rechten. Ik beschouw mezelf echter in hoofdzaak als autodidakt. Ook in het schaakspel,wat ik hartstochtelijk beoefen. Vernieuwingsdrang bracht mij ertoe de Provo-beweging te stichten (1964), waarvoor ik in 1969 gemeenteraadslid in de hoofdstad werd. Provo was geboren uit het verzet tegen een autoritaire samenleving en het is ons aardig gelukt die te doen openbarsten. Niet alleen directe democratie, maar ook ekologisering van de samenleving stond mij voor ogen bij de oproep tot een Kabouterstaat, de “Oranjevrijstaat”. Vanuit overeenkomstige inspiratie was intussen de PPR (Politieke Partij Radikalen) ontstaan. Ik ben er in 1973 lid van geworden en ben er van 1974 tot 1976 wethouder voor geweest. In die functie heb ik me verzet tegen de invoering van kernenergie en heb ik een aanzet gegeven voor de toepassing van duurzame energiebronnen, alsook van de stedelijke televisiezender. In 1977 ben ik als biologische boer in Oost-Groningen een kaasboerderij, op basis van een gemengd bedrijf, begonnen. Dit hebben mij vrouw en ik in 1983 overgedragen en vervolgens ben ik enkele jaren voor de Groene fractie in het Europees parlement werkzaam geweest. Inzet: de biologische landbouw en de democratie in Europa. Vanaf het begin af aan heb ik boeken, pamfletten en artikelen geschreven. In totaal 17 boeken, waaronder “De boodschap van een wijze kabouter”, “De waarheid is een koe”, “Energieboekje”, “Panisch dagboek”, de romantrilogie “Bloed”,”Zweet”, “En tranen”, “Voeten in de aarde” enz. Mijn artikelen gaan over politieke vernieuwing en zijn verschenen in allerlei periodieken en kranten, variërend van “Provo” tot het Algemeen Dagblad. In het dagblad Trouw en andere bladen zijn van mijn hand reportages en beschouwingen over de Balkan verschenen, ook als vrucht van de studie van het Servokratisch en Macedonisch. Al deze publicaties getuigen van een ontwikkeling van anarchist tot groene, linkse democraat. Vanaf 1996 ben ik teruggekeerd naar de Amsterdamse gemeenteraad, als lijstaanvoerder van Groen Amsterdam. Behoud van het stadsgroen en het omringringende platteland, overbouwing van autowegen, terugdringing van het autoverkeer, invoering van het referendum, liefdeslessen op school, versteviging van de multiculturele samenleving en ook internationale samenwerking: dat waren en zijn mijn thema’s. Vier maal ben ik met geleidelijk groeiend succes lijsttrekker geweest. In 1999 ben ik ook als lid van de provinciale Staten van Noord-Holland gekozen, voor Noord-Holland Anders/De Groenen, onder het motto “De terugkeer van de otter moet vlotter”. Maar zou het niet vruchtbaarder worden om de krachten te bundelen met een andere groene partij, om samen sterker te staan in het land? Daarom ben ik vanaf 1993 gaan pleiten voor samengaan van De Groenen met GroenLinks. Op Valentijnsdag 2001 ben ik met 150 andere groenen de brug naar het partijburo van GroenLinks overgegaan. Sindsdien is onze stroming De Groene Brug geïntegreerd in GroenLinks. Op het moment ben ik lid van de stadsdeelraad OudZuid in Amsterdam voor GroenLinks. Ik span me ook in voor een beter leven op de Balkan, lees o.m. mijn laatste boek "De Bruidenoorlog" (Uitgeverij de Papieren Tijger)..
Onlangs zag ik mijn ex-vrouw terug. Op haar sterfbed. De hete augustuszon scheen door de lichte gordijnen naar binnen, zoals hij had gedaan bij de geboorte van onze dochter, acht jaar geleden.
We waren net getrouwd. Een opwindende droom. Er heerste nog een zoete en zegevierende stemming in ons huis toen zij, een maand na de huwelijksdag, de trap op kwam met de uitslag van een uitstrijkje. Die luidde: PAP 5, onrustige cellen in situ. Meteen belde de dokter om het ook aan mij nog eens duidelijk te zeggen. 'Onmiddellijk gevaar voor kanker', meldde hij. 'En toch geen reden voor paniek. Baarmoederhalskanker kun je in dit stadium effectief voorkomen door een kegelvormig stukje uit de baarmoederhals te laten weghalen. Conisatie heet dat. Ik kan jullie daarvoor een goede gynaecoloog aanbevelen.'
Ik keek haar nu weer hoopvol aan. Maar de verontruste stem waarmee zij was binnengekomen, maakte plaats voor een wanhopige uithaal: 'Naar het ziekenhuis? Me laten opereren? Kom nou! Weet je wat dat betekent? Dat ze je baarmoeder eruit halen!' Met wijd opengesperde ogen staarde ze naar het plafond.
Hij is antroposoof, wierp ik tegen, antroposofen houden niet van operaties, dus als hij het aanraadt is het geen overbodige grap. 'Een operatie verzwakt altijd je natuurlijke weerstand. En je baarmoeder eruit, dat is funest. Wat ben ik dan nog voor vrouw?'
Wat is het alternatief, vroeg ik. De dood? Ons kind dribbelde op ons af, het voetjesgeklots waar onze onderburen zó over klaagden, dat we een verhuizing vanuit de binnenstad naar een groene buitenwijk met schattige eengezinshuisjes niet lang meer konden uitstellen.
'Nee', antwoordde zij opglanzend. 'Er is een andere weg. De macrobiotiek.' Nog diezelfde avond maakte zij een afspraak met de macrobiotisch adviseur die haar vijf, zes jaar daarvoor op dit pad had gebracht. 'Hij kan héél duidelijk zijn', hield zij mij voor. Maar hoe zou macrobiotiek haar kunnen genezen, als zij al zo lang zijn dieet volgde?
Ze was er niet vanaf te krijgen; eerst het consult, opereren kon altijd nog. Het zat me niet lekker, want mij leek dat er geen tijd te verliezen was. Hoe eerder er zou worden ingegrepen, hoe groter de kans dat de geruststellende woorden van onze huisarts bewaarheid zouden worden. Maar goed, vier dagen dan. Vier dagen van spanning of de consulent het advies van de huisarts zou onderschrijven. Ik viel haar dan ook op het lijf, nadat ze terug kwam van haar bezoek aan het 'Oost West Centrum' aan de Weteringschans, waar het macrobiotisch hart ook nu nog klopt. 'Kushi Instituut', heet het nu.
'Adelbert zegt dat er tijd is', vertelde ze ernstig. 'Flora, zegt hij, er is tijd. Je hebt je tot nu toe niet aan je dieet gehouden. Hij heeft mij heel goed onderzocht, wel een uur lang. Daarna hebben we over de oorzaken gepraat. Die liggen in mijn voedingspatroon. Te yin.'
Ik was dol op haar. Maar nu verbijsterd. Waarom een zo groot risico lopen, als een eenvoudige operatie bijna honderd procent kans van slagen had? 'Ze halen mijn baarmoeder eruit.' Maar als het voldoende zou blijken een heel klein stukje vlees weg te halen? Dat was ook de mening van gynaecoloog dr. J. Weber, die onderstreepte dat er niet langer dan twee weken gewacht mocht worden.
'Ze brengen je onder narcose en als je wakker wordt weet je niet of je je baarmoeder nog hebt', had Adelbert gewaarschuwd. Deze wijze man had mijn vrouw meermalen erop gewezen dat artsen voor geld alles doen, zelfs onnodige operaties. Als ze maar rekeningen kunnen indienen. Zelf had hij voor zijn consult maar honderd gulden gerekend. Was de macrobiotische leider dan wel geneeskundig bevoegd? Jawel, hij had veel gelezen over geneeskunde en macrobiotiek. Bovendien was hij vanaf de vroege jaren '70 al actief op dit gebied. Zijn vrouw gaf kooklessen, hun vele kinderen waren dankzij hun macrobiotische opvoeding in prachtige staat en hijzelf tot en met eerlijk. Dat was de mening van de patiënte aan mijn zijde. Daaraan viel niet te tornen.
Toen de twee weken van dr. Weber voorbij waren, was het volgens Adelbert allemaal nog niet dringend. Als Flora zich nu maar eens echt hield aan het kankerdieet van grotendeels volle granen, een beetje gekookte groente, bonen aangemaakt met gomasio en zeewier.
De persoon naast mij aan tafel kauwde haar hapjes nu wel honderd keer. Toen bezocht zij gynaecoloog dr. E.J. Aartsen in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, een man die volgens macrobiotische vriendinnen wat genuanceerder tegenover opereren stond. 'Als u zich niet wilt laten opereren', sprak Aartsen, 'dan is dat uw verantwoordelijkheid. Maar mijn verantwoordelijkheid is het u aan te raden er wel voor te kiezen. Nu kan het nog. Als ik u laat gaan, zonder een afspraak te maken, dan kan het nog een aantal jaren duren voordat u echt in grote problemen komt. Kán. Maar het zou al heel mooi zijn als u dan nog acht of tien jaar aan uw leven kunt toevoegen. En hoe oud bent u nu? Bijna zevenendertig? Is dat niet een beetje jong? Jawel, ik heb wel eens meegemaakt dat een vrouw die zich niet liet opereren lange tijd daarna nog leefde, er is inderdaad ook een psychische factor in het spel, maar meer dan één geval ken ik niet.'
Hem over één jaar nog eens bezoeken, om te kijken of het dieet resultaat afgeworpen had? Hij was grijs en spits. Onwillig aanvaardde hij. Ik moest denken aan Laurie Langenbach, een vriendin die ik in het midden van de jaren '80 eens in een natuurvoedingswinkel ontmoette. Ze had lange tijd in een Japans klooster zitten mediteren, rijst kauwend, in een strijd op leven en dood met baarmoederhalskanker. Ze was bleek en angstig. In het nauw. Een jaar nadien werd ik uitgenodigd voor haar begrafenis. De macrobiotiek had het afgelegd tegen de verwoestende ziekte.
Anderhalve maand was er nu voorbij sinds het uitstrijkje. Flora had haar hoop gevestigd op een macrobiotisch weekend dat Adelbert en zijn vrouw op touw hadden gezet in Schoorl. Daar zou ook de beroemde, echt goede en nuchtere macrobiotische arts Marc van Cauwenbergh uit België komen. Die was fantastisch en heel spiritueel; ze zou de kans hebben even apart met hem te praten.
'Nee', zei ik. 'Laat je opereren! Nu. Denk aan de kinderen.' (Meervoud, want naast onze dochter had zij nog een zoontje en een oudere dochter.) Toen dat in de wind werd geslagen zei ik het haar dagelijks. Tot ze me woedend vroeg niet steeds hetzelfde te zeggen.
Tientallen malen heb ik het gezegd die eerste winter. Ik schakelde familieleden in, vriendinnen, vrienden. Te weinig mensen misschien. Ik had harder moeten optreden, haar desnoods naar het ziekenhuis moeten sleuren. Prop chloroform tegen de mond, taxi in en de operatietafel op. Maar hoe krijg je zoiets voor elkaar? Ieder heeft grondwettelijk het recht op de integriteit van zijn lichaam. Ik ben het daarmee eens, jammer genoeg. Als er nu sluipenderwijs een aanslag werd gepleegd op de toekomst van mijn kinderen, moest ik dan toch niet ingrijpen?
De klok tikte verder.
Ik belde Adelbert, op een avond dat Flora er niet was. Ik uitte mijn ongerustheid. Kon hij haar nu niet aansporen om zich te laten behandelen? 'Raak niet in paniek', klonk het door de hoorn. 'Macrobiotiek helpt altijd tegen kanker. Lees het uitstekende boek van Kushi, waarin tien voormalige kankerpatiënten uitleggen hoe zij van die ziekte zijn genezen door ons dieet.'
'Dat heb ik gelezen, Adelbert.'
'Lees het dan nog een keer!'
Ik wees hem op zijn verantwoordelijkheid. Hij was van mening dat Flora zelf verantwoordelijk was.
Een buitenkansje deed zich voor. De grote Kushi zelf was in de stad om een lezing te geven. 'Er is één probaat middel om van kanker af te komen', vertrouwde hij ons na afloop met een verfijnde glimlach toe. 'Dat is met een zak rijst op je rug over de Himalaya trekken.' Zij gnuifde, ik sloeg de hand voor mijn ogen.
Er waren familieleden en vriendinnen die haar benaderden met waarschuwingen. Maar die werden gerustgesteld met de aarzelende aankondiging dat zij binnenkort toch wel naar het ziekenhuis zou gaan. Daarop hoorden zij van haar niets meer. Ook de dokter was in ongenade gevallen. Ik vroeg hem of hij haar toch nog eens kon bellen. Hij had dat al een paar keer vergeefs gedaan. 'Het enige wat ik nog kan doen', zei hij nu, 'is jou waarschuwen voor je huwelijk.'
Het web van bondgenoten dat ik had willen opbouwen dunde uit. Wie niet macrobiotisch was, raakte uit de gratie. Het contact met vriendin E., die als vrijwilligster bij het Kushi Instituut werkte, werd daarentegen steeds inniger. Zij benadrukte dat mijn vrouw het recht had haar ziekte op haar manier aan te pakken. Ze begreep mijn zorgen, maar ik mocht niet oordelen.
Aanvankelijk had ik haar fascinatie door de macrobiotiek innemend gevonden. Veel Japans aardewerk. Eten met stokjes. Bruine rijst met gomasio vind ik lekker en vegetarische neigingen heb ik zelf ook. Hoeveel graan offeren we niet op door het al die stomme varkens te laten vreten? Wat ik onderschatte, was de heilige overtuiging erachter en de felle levensbeschouwelijke botsingen die eruit voortkwamen. Macrobiotiek is het geloof dat er eens een gelukkig paradijs is geweest met gezond etende, macrobiotische mensen. Op de een of andere manier is daarin de klad gekomen. Het gevolg is een proces van biologische degeneratie, veroorzaakt door de consumptie van cola, vruchtensappen, suiker en veel vlees. Daardoor raken de mensen niet alleen spiritueel, maar ook fysiek in verval.
'De mensen van tegenwoordig gaan op duivels lijken. En de moderne maatschappij op een hel', zegt de paus van de macrobiotiek Michio Kushi (in: Macrobiotiek, de universele weg van gezondheid en geluk). Hij bedoelt dat letterlijk, want hij illustreert deze uitspraak met een plaatje van een kop met kleine, puntige oren, de kop van een 'zwakke persoonlijkheid' die zwakke nieren heeft door teveel dierlijk voedsel en door mineraalgebrek. 'Het verloren paradijs', staat er ten overvloede bij, 'kan herwonnen worden door een juiste leefwijze waaronder een juiste voedingspraktijk'.
De uiteindelijke oorzaak van het verval is dat de mensen het gevoel hebben verloren voor de juiste verhouding tussen yin en yang. Hierdoor wordt óf te yin, óf te yang voedsel gebruikt. Welk voedsel yin is en welk voedsel yang, dat kunnen mensen als Kushi en zijn voorganger George Oshawa haarfijn uitleggen. Daarbij mogen we vooral ook de combinaties niet uit het oog verliezen. Zo geeft de consumptie van prei (yin) met honing (yin) volgens Kushi een acute pijn. Althans, bij normale gezonde mensen. Toen ik het eens probeerde merkte ik niks.
Opmerkelijk is nu, dat deze zich zo spiritueel aandienende filosofie een strak materialistisch fundament heeft: 'de mens is wat hij eet'. Het devies is, volgens Kushi en de zijnen, dat steeds als we ons gefrustreerd voelen, in de war zijn of met tegenslag te kampen hebben, ons moeten afvragen 'wat we gegeten hebben'. Mijn ex-vrouw deed dat ook en als ik dan antwoordde 'rijst, misosoep en adukibonen', was dat niet het goede antwoord. Dat moest luiden: 'Ik heb een half jaar geleden patat gegeten'.
Zou men nu weer tot de juiste voedingswijze terugkeren dan zouden ons bloed en ons lichaam weer gezond worden, en dat ontwikkelt weer geestelijk en spiritueel welzijn. Dat heeft dan tot gevolg dat ons lichaam zonder enige andere voorzorgsmaatregel gezond is en immuun voor ernstige ziekten. We krijgen bovendien geen last van waanideeën, noch van enig ander kwaad.
'Als je je nu toch eens liet opereren', hield ik vol, 'in combinatie met je dieet?'
'Begin je weer? Begrijp je nu nog niet, dat dan de kanker na een paar jaar weer de kop zou opsteken en dat intussen mijn natuurlijke weerstand door de operatie gebroken zou zijn?'
In een boekje van Kushi, al gememoreerd door Adelbert in ons telefoongesprek (Benadering van kanker vanuit de voeding, volgens de beginselen van de macrobiotiek, in 1977 uitgegeven door het Oost West Centrum) wordt een onderbouwing gegeven van deze opvatting. We moeten, zegt Kushi, het kankergezwel zien als een poging van het lichaam een verstoord evenwicht te herstellen. De giftige stoffen uit alle organen concentreren zich. 'Door een kankergezwel te verwijderen verspreiden deze gelokaliseerde toxinen zich weer door het hele lichaam, daarbij de voorwaarde scheppend voor misschien een andere vorm van ziekte of een andere lokalisatie.' Zie de kanker dus vooral niet als een vijand. 'Van primair belang om kanker de baas te worden, nu, is om dit natuurlijke mechanisme niet in de war te brengen door het verwijderen of vernietigen van het kankergezwel'.
Ik kende deze teksten langzamerhand uit mijn hoofd en verwenste ze. Wat kon ik doen?
Ze zou zich nog eens laten onderzoeken, ditmaal door een handoplegger uit Muiden. Die was geweldig spiritueel. De driehonderd gulden per keer vond ik een minder groot bezwaar dan het feit dat die behandeling weer drie maanden zou duren.
Toen er een jaar voorbij was herinnerde ik haar aan de belofte aan Aartsen. Maar dat kon toch altijd nog? Dat ziekenhuis bleef wel staan. Nee, in Antwerpen woonde een heel begaafde macrobiotische genezer: Rick Vermuyten. Hij moest eerst bezocht worden, om te kijken wat die voor haar betekenen kon. De prijs, tweehonderdvijftig gulden, kon toch geen belang hebben. Nee, dat had geen belang.
Ze kwam terug met het geweldige advies dat zij zich artistiek meer moest uiten en fluit moest spelen. Ze kocht een altfluit en een muzieklessenaar, die na een paar maanden weer uit de huiskamer verdwenen. Had zij zich weer niet aan een verstandig voorschrift gehouden! Geen wonder dat zij zich moe en lusteloos begon te voelen, hoofdpijn ook.
Er volgde een bezoek aan een fantastische natuurgenezer in Hoorn en, op aanraden van een begenadigd helderziende uit Breda, een serie bezoeken aan Tiel. Jomanda zou het, hield zij vol, met haar healings wel klaren. Voortaan klonk elke zondagavond Radio Noordzee in onze huiskamer. En stond op het aanrecht het water klaar om op de spreuken van het medium te worden ingestraald. Tot geneeskrachtige vloeistof!
Niet alleen haar eigen plek des onheils, ook wondjes en kneuzingen werden ermee ingewreven. Bijzonder handig water, want toen de televisie een keer niet werkte, kreeg die met een spons ook een aai en zie, hij deed het weer. Ondertussen waren twee jaren en zes maanden verstreken.
Op een nacht werd ik wakker van een schroeigeur. De geur volgend belandde ik in de keuken, waar ik mijn vrouw aantrof achter het fornuis. Met een vork roerde ze een grijszwarte pulver in een ronde macrobiopan. Zij keek mij samenzweerderig aan. 'Wat! Jij bakt mijn haar?', vroeg ik, naar mijn hoofd tastend. Inderdaad voelde ik een kale plek. 'Dit wordt een condiment', lachte ze. 'De haren van de man herbergen zijn gedachten en die genezen zijn vrouw'.
Ik lachte maar mee, zoals Simson na zijn behandeling gedaan moet hebben. Maar in bed herinnerde ik me de fanatieke adviezen van Oshawa, die bijvoorbeeld aanraadde om in geval van nood een mol te vangen en gebakken te consumeren. Toen ik opstond zag ik in het laken een verse bloedvlek, maar ongesteld was zij niet.
Ik besloot tot een nieuwe alarmronde. Ik ging uit huis. Logerend bij vrienden in de stad belde ik vrienden en familie, dat er nu echt ingegrepen moet worden. Haar schreef ik dat ik niet zou terugkomen tenzij zij naar het ziekenhuis zou gaan.
'Dan moeten we maar scheiden', riep ze door de telefoon.
Misschien was dat een verstandige gedachte, maar ik dacht aan de kinderen. Op een avond stond ik weer in de deuropening. Ik dacht ook aan trouw. Een ouderwetse gedachte, maar ik haatte het van weer een scheiding. Ik stelde me, hoe ongelukkig ik ook met haar was, voor dat het niet uitmaakt met wie je getrouwd bent: uiteindelijk is die ander slechts een projectie van jezelf en een andere vrouw betekent een nieuwe confrontatie met jezelf. We waren pas twee jaar getrouwd en het vuur dat ik voor haar had gevoeld was niet gedoofd. Als ik bij haar bleef, zou ik dan niet beter in staat zijn op een beslissend moment in te grijpen, dan wanneer ik haar alleen liet?
Ik zat in de knoop. Ik schreef nog maar eens een brief, ik stuurde een psychotherapeut op haar af en een als buurvrouw vermomde arts. Niets hielp. Op een avond stond ik weer in de deuropening. Ze was blij. Maar ze was in de weer met gemberomslagen, want ze had vreselijke pijn in haar zij. Was er iets met haar nieren? Ze was vergaan van de pijn, het werd nu minder. Zó erg was het geweest, dat ze de dokter gebeld had, die haar de raad gegeven had naar het ziekenhuis te gaan, wat ze bijna had gedaan. Waarom dan níét? Omdat de compressen zo goed hielpen, zei ze.
Gembercompressen, zegt Kushi, zijn aan te bevelen bij de behandeling van een kankerpatiënt, in het bijzonder als hij pijn voelt. Deze dienden direct op de plek te worden gelegd. Ik hielp haar de baddoeken in de hete gembersoep te dopen en om haar gezwollen middel te wrijven.
'Je ziet toch dat ik er gezond uitzie! Waar klets je toch over?', had ze me kort daarvoor nog toegeroepen. Het tuitte nog in mijn oren. Ik voelde afschuw, maar ik kuste haar, nu het nog kon. Het ging om haar linkernier. Maar de pijn werd minder, wat onmiddellijk aan de gembersoep werd toegeschreven.
Is het dan nu toch niet de tijd om je eens door een medische specialist te laten onderzoeken, probeerde ik voor de verandering. Misschien wel, maar over drie weken zou er een heel speciale cursus zijn van Adelbert in Utrecht en het was nodig die eerst te bezoeken. Voor het zover was begon er een nieuwe bloeding, nu heviger dan de vorige. Ze kwam de trap niet meer af. 'Bel Adelbert!' riep zij, nog steeds vastbesloten geen arts te ontvangen. Even later stond E. voor de deur, met een speciaal condiment van Adelbert: geroosterde gomasio met extra hoge dosis zout. Door het extreme yang karakter daarvan zou het bloeden, wat uiteraard een yin proces is, tot stilstand worden gebracht. Dit ging vergezeld van de dringende boodschap aan mij dat ik nu macrobiotisch moest leren koken en moest ophouden op mijn werk broodjes kaas te eten. Man en vrouw moeten hetzelfde eten. Weet je dan niet, dat het doel van het huwelijk is dat man en vrouw door hetzelfde voedsel te eten dezelfde zuurgraad in het bloed bereiken? En zo immuun te worden voor ziektes?
Het bloeden stokte inderdaad even ondanks het feit dat ik van de zenuwen nog meer broodjes met kaas at en haar eens een onaanvaardbare soep met yoghurt erin heb voorgezet. 'Laat je in het ziekenhuis behandelen', fluisterde ik bij het ontwaken. 'Dan krijg ik bloedtransfusie! Dan verlies ik alle spirituele kracht die ik door jaren macrobiotisch eten heb verzameld! Dat is funest.' Ze nam de luier tussen haar benen vandaan en ik hoorde de deur van de badkamer krachtig dichtslaan.
Als je toch naar die cursus gaat zonder je in het ziekenhuis te laten behandelen, hoef je ook niet meer terug te komen, denderde ik door de deur heen. Dan vertrek ik!
Het was juli en de zon scheen priemend. Voor het huis stopte de auto en met wisselende gevoelens hielp ik haar erin. Het bloeden was wat minder, maar niet gestopt. Zou het misschien haar laatste rit worden? Haar lippen waren bleek. Ik voelde behalve de dreiging ook de opluchting dat zij nu een ander toneel zou betreden en onder de verantwoordelijkheid van een ander zou komen. Van een afstand kon ik loeren op een kans in te grijpen.
Tegelijk was ik het er niet mee eens dat ze ging; niet naar het Kushi Instituut ergens op de Utrechtse Heuvelrug, maar naar het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis zou ze moeten rijden. Rechtstreeks. Ik belde, nadat ik eerst de kinderen flink melk had laten drinken (oef! 'Je weet toch dat melk alleen voor het kalf bestemd is?'). Ik kreeg een zekere Jeanne van den Heuvel aan de telefoon, een 'voedingsdeskundige' uit België, bij wie zij al eerder op consult was geweest. 'Het gaat niet zo slecht, zij ligt vredig te slapen.'
Maar ze was er toch om de cursus te volgen? Ik wilde komen. Nee, liet mijn echtgenote weten. Laat ik toch maar gaan, dan dring ik wel door, dacht ik een uur later. De telefoon ging en een stem uit de Drakenburgh, haar verblijfplaats, deelde mij mee dat mijn komst gewenst was: om eens te kunnen praten met Adelbert Nelissen.
Ik kreeg van een stralende Wieke Nelissen een glaasje Kuzu-sap aangeboden, wat ik afsloeg. We zaten nu in een kring, ook mijn echtgenote was lijkbleek aangeschoven. 'Mijn medewerkers hier zijn mijn beste krachten', zei Adelbert met een weids armgebaar. 'Wij zijn het er allen over eens dat een krachtiger aanpak geboden is.'
Ja, zei ik, dat houdt in dat zij nu als de bliksem naar het ziekenhuis moet om zich door een gynaecoloog te laten onderzoeken.
'Dat denk jij misschien, maar dat is nog niet nodig. Nodig is dat zij zich echt aan het dieet houdt en dat jij nu eens macrobiotisch kookt en geen broodjes kaas meer eet. Dáárom heeft onze inspanning geen resultaat opgeleverd.' 'Hoe haal je het in je arrogante hoofd!', schreeuwde ik. Ik stapte op hem af en gaf hem een dreun.
Ik kan me niet herinneren ooit zoiets te hebben gedaan. Ik heb er nog steeds diepe voldoening van. Ik herhaalde mijn eis dat zij haar naar het ziekenhuis zouden brengen en vertrok. In de bus liet ik flarden van de conversatie terugkomen. 'Heeft Kushi niet onlangs zijn eigen vrouw, Avelyn, laten bestralen toen een begin van baarmoederhalskanker ontdekt was, nadat hij talloze vrouwen dat had afgeraden?' Dat had ik opgemaakt uit een telefonade onder wat minder starre macrobioten. 'Jawel', had Adelbert me geantwoord, 'maar hij heeft dat laten begeleiden door een speciaal anti-stralingsdieet, dat alleen ík ken.' Bewonderende blikken van de aanwezigen.
De volgende ochtend faxte ik een ultimatum. Ik kondigde aan dat als mijn vrouw niet binnen een paar dagen in een ziekenhuis zou zijn, ik juridische stappen tegen Nelissen zou zetten. Ik verweet hem misbruik van zijn gezag als directeur van het Kushi Instituut door Flora systematisch voor te houden dat macrobiotische voeding, mits perfect, haar zou kunnen genezen. Levensbedreigende adviezen, die onder de werking van de nieuwe wet BIG vallen, een wet die het in de weg staan van adequate medische verzorging strafbaar stelt. Een vertaling maakte ik voor Kushi, in Boston.
Toen gebeurde het. Het ziekenhuis Oudenrijn in Utrecht belde dat mijn vrouw er was opgenomen. Een uitvoerige brief van Nelissen, om zich juridisch vrij te pleiten en een kennelijk door hem gedicteerde brief van haarzelf, veranderden weinig aan dit opmerkelijke feit. In de brief pijpte hij erover dat 'door rust en macrobiotische condimenten' het bloeden gestopt was en wees hij alle verantwoordelijkheid voor haar toestand af. Ook bleek uit de brief dat hij vóór een consult steeds een formulier liet tekenen, waardoor hij voor de rechter van juridische verantwoordelijkheid vrij te pleiten was.
'In haar toestand', diagnosticeerde dr. A. Planken, 'heeft zij een kans van dertig procent dat zij het nog vijf jaar redt, als zij zich laat bestralen. Er is een carnicoom van dertien centimeter, dat de rechternier buiten werking heeft gesteld. Het moet haar vreselijk pijn hebben gedaan.'
De bestraling zou in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis kunnen plaatshebben, bloedtransfusie was echter onmiddellijk geboden. Ondanks haar bezwaren, zag ik haar de volgende dag met een zakje bloed schuin boven zich. Verslagenheid had zich van haar meester gemaakt. Wandelend in de tuin openbaarde zij mij met ijle stem dat ze waarschijnlijk niet voor de bestraling zou kiezen; het zou daarna toch weer terug komen. Chemotherapie zou zij weigeren. 'Zij daarboven willen dit nu eenmaal met mij.'
'Maar de kinderen dan?', vroeg ik. 'Voor hen telt toch elk jaar dat jij langer leeft?'
Ondertussen werd ik weer bestookt met een rekening van het Kushi Instituut. De duizend gulden die zij voor het weekje oponthoud in de Drakenburgh had betaald, waren niet genoeg. En als ik niet meer betaalde, kon ik ook fluiten naar de dagelijkse maaltijd die speciaal voor Flora werd bereid en die zij mij als voorwaarde gesteld had voor verdere meewerking aan het ziekenhuisonderzoek. Overigens moest ik ook per brief mijn beschuldigingen aan zijn adres intrekken, wilde hij het speciale dieet leveren.
Zij kwam thuis. Zou zij zich laten bestralen?
Op advies van Adelbert moest zij eerst 'aansterken', in een macrobiotisch kuurcentrum in Bathmen, bij Deventer. Voorafgaande aan die behandeling moest ik ook nu weer een schriftelijke verklaring sturen, dat ik achter haar behandeling stond. Zou ik dat niet doen, dan ging het feest niet door en zou zij ook definitief afzien van bestraling.
Na drie weken glansden haar ogen weer, alhoewel wij een slappe, bleke gedaante mee terugnamen naar Amsterdam.
Drie maanden Bathmen en dan verder zien, eiste zij. Het huis verkopen om dat te betalen. Naar de Rocky Mountains misschien ook, waar een kolonie macrobioten - The Walkers - vibreert.
Ik weigerde. Ook de familie weigerde geld op tafel te leggen. Gelukkig. Laat je nu bestralen, zei ik eens in de week. Vooral niet vaker, om haar dunne neiging in die richting niet te doen bezwijken. 's Nachts droomde ik van een vrouw die vlees at dat het bloed langs haar kaken liep, met een flink glas cola ernaast; wat een verrukkelijk schepsel.
Ze hoorde van een macrobiotische vrouw uit Haarlem die zich, ook met baarmoederhalskanker, had laten bestralen. Ze las haar dagboek. En ik kon haar eindelijk in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis komen opzoeken. Zes weken lang, bijna dagelijks een portie radioactieve straling. Wat kanker kan maken, zou het bij haar verjagen.
Het lukte. 'U bent kankervrij mevrouw.' Ik wist niet hoe ik het had van geluk. We kregen een brief van dr. Planken, waarin deze in opgetogen woorden zijn gelukwensen uitsprak. Zij gooide de brief ongeïnteresseerd bij de oude kranten. Mocht het ziekenhuis niet winnen? Jomanda schalde door het huis.
Je zult zien, zei ik, je kunt nog oud worden. Ik wist dat het onwaarschijnlijk was, maar ik dacht dat een positieve sfeer haar levenskansen zou vergroten. Haar viel het, bij de scans die zij van tijd tot tijd moest laten maken, op dat de gynaecologen, zelfs al was de uitslag goed, toch altijd bedachtzaam bleven. 'Aan chemotherapie begin ik nooit', benadrukte ze, nu toch weer met rode wangen.
Geeft ze je nu gelijk, dat ze beter direct naar het ziekenhuis had kunnen gaan?, vroeg mijn zus. Nee, dat deed ze niet. En zo vroeg ik het haar ook niet. Ik vroeg: 'Welke logica doet jou een bestraling van zes weken prefereren boven een kleine operatie?' Daarop was ze niet ingegaan. Ik vond dat ik haar leven gered had, maar zei dat niet om niet de overwinnaar uit te hangen. Ik hoopte dat ze zou erkennen dat de jaren die ik door mijn actie aan haar leven had toegevoegd belangrijk waren, vooral voor de kinderen. Maar ze zei alleen: 'Jij denkt zeker dat je mijn leven hebt gered, maar het is het lot geweest. Zij daarboven vinden dat ik nog even wachten moet.'
Over het pijnlijke treffen op de Drakenburgh spraken we nauwelijks. Zij bleef volhouden dat ik me daar zwaar misdragen had tegenover Adelbert, die zoveel voor haar deed, en dat zij geheel uit eigen vrije wil naar het ziekenhuis was gegaan. E. had ik gezegd dat ik haar niet meer in ons huis wilde zien, omdat ze ertoe had bijgedragen dat mijn vrouw in levensgevaar was geraakt. 'Maar het is toch mijn keuze geweest?', gilde Flora zich beklagend dat door mijn toedoen al haar macrobiotische vrienden van haar vervreemd raakten.
Dat was het punt. Het was haar keuze geweest, van minuut tot minuut, van week tot week, drie jaar lang, tot ze door Adelbert - bang dat haar aanwezigheid in zijn vesting hem in juridische problemen zou brengen - bij een ziekenhuis werd afgeleverd, waar haar door een nieuwe vriendin een antroposofische gynaecoloog was aangeraden. Alles was haar keuze geweest.
Maar tegelijk had zij zich laten leiden door een blinde angst voor de dokter. Die zou haar van haar baarmoeder beroven, bloedtransfusie verrichten en daardoor haar bestaan beheksen. Onder een kwade macht zou ze gesteld worden door de artsen. Een macht erger dan de dood. Zij zou haar leven niet langer beheersen, zoals zij gewend was te doen met bruine rijst en gomasio. Die angst ging zo ver dat niets haar vrije keuze is geweest. De keuzen, voor weer een nieuwe macrobiotische stap, voor het opnieuw uitstellen van het onvermijdelijke, het waren keuzes binnen de grenzen van haar angst.
De macrobiotiek heeft haar in de greep van de doktersangst gehouden. Deze dogmatiek rechtvaardigde niet alleen haar angst, maar gaf haar bovendien de illusie dat er genezing mogelijk was zónder duivelse dokter. Ik stond keer op keer tegenover de macrobioten, de voeders en exploitanten van haar angst. Financiële exploitatie niet zozeer, maar morele en De macrobiokolonel gebruikt de doktersangst om de betrokkene in te zetten als proefkonijn voor zijn quasi-medische hersenspinsels. Hij gebruikt de menselijke onvolmaaktheid om de oorzaak van het falen van zijn geneeswijze steeds weer bij de patiënt en diens verwanten te leggen, die zijn adviezen niet goed genoeg hebben gevolgd.
Is Flora zijn enige slachtoffer geweest? Volgens onze huisarts, A. Dekkers, zeker niet.
'Ik moet op de hoge zandgronden gaan wonen', meende zij, na weer een onderzoek. Met de gezondheid ging het goed. Na zoveel ellende was zij weer volop actief met de kinderen. Maar de theorie dat het leven onder Nieuw Amsterdams Peil een yin dimensie in haar leven was, die de kanker begunstigde, dreef haar gedachten naar de volgens macrobioten zoveel yangere hogere gebieden. Omdat zij aan een volgens Kushi yin vorm van kanker leed, zou dat het evenwicht heilzaam herstellen.
Ik voelde er geen fluit voor. 'Dan moeten we maar scheiden', sprak zij aan het fornuis, roerend in de misosoep.
Ik zag haar voor me als de uitdagende zangeres die zij eens geweest was, als de tedere moeder en als minnares. Toen pakte ik op een ochtend een extra tas.
Dit had ik eerder kunnen doen, schreef ik in mijn dagboek. Maar als ik het eerder had gedaan dan was zij nu niet in redelijke gezondheid geweest en dan hadden de kinderen zonder moeder gezeten. Ik had het juiste moment ervoor gekozen. Het lastigste probleem van mijn leven had ik uiteindelijk een positieve wending gegeven en nu stond ik mezelf toe me ervan te bevrijden.
'Het is net een droom', zei zij, toen ik twee jaar later aan haar bed verscheen. Zelf zat ze ernaast, haar blik gevestigd op haar knieën. De morfine verdoofde haar pijn amper. Luisteren naar muziek schonk haar geen genot. Ik legde mijn handen op haar magere schouders; haar haar, eens blond en weelderig, was kort en dor en ik moest eraan denken hoe haar in de pan as kan worden. Voor het eerst na twee jaar van scheiding en bitterheid zag ik haar ogen, die rond de pupillen geelachtig geworden waren. Die ogen keken me even onderzoekend aan en richtten zich weer op haar knieën. Haar hoofd zakte schokkend in dezelfde richting.
Ik heb haar, met een tong van leer, bedankt voor mijn dochter, die nu bij mij woont. In de voorkamer zag ik, in een gewreven houten kast, de boeken over macrobiotiek op ooghoogte, als bewijsmateriaal voor de doodsoorzaak. Stilzwijgend beloofde ik haar dat ik de volgende keer geen drie jaar zal wachten voor ik de klap uitdeel.
De Amsterdamse politicus Roel van Duijn publiceerde dit artikel in Trouw van 5 september 1998.
http://www.skepsis.nl/kushi.html
Blijft Amsterdam? - Roel van Duijn; Het referendum en de gedaanteveranderingen van de hoofdstad. ISBN: 90-290-5236-8
'Het leeuwekind' van Roel van Duijn is een innnemende, vlot geschreven, spannende roman over eigentijdse complexen en dromen. Van Duijn beschrijft het hemelse rijk van de verleifdheid en de godenstrijd die gelieven met elkaar voeren in de Nieuwe Tijd. Als Hugo, de hoofdpersoon, liefde opvat voor Flora, hebben beiden een doodgelopen huwelijk achter de rug. De nieuwe relatie brengt hen tot het uiterste van geluk, en reulteert in een gecompliceerde zwangerschap, vol haat en verwarring. het hartveroverende leeuwekind zorgt ten slotte voor de verzoening. Roel van Duijn (1943) is vooral bekend geworden door zijn onorthodoxe kijk op politiek en maatschappij - onder meer in Provo, de Kabouterpartij en Oranje Vrijstaat. Meer in het algemeen was zijn algehele 'lastigheid' jegens autoriteiten steeds weer verfrissend voor het klimaat in Nederland; publikaties als 'Het witte gevaar', 'De boodschap van een wijze kabouter' en 'Hoefslag' getuigen daarvan. Met 'Het leeuwekind' debuteert Roel van Duijn met een originele romantische vertelling, waarin hij met kennelijk plezier, maar ook met kritische distantie, een liefde in 'alternatieve kringen' schildert.
Hoefslag - Roel van Duijn; Over politiek en spiritualiteit. ISBN: 90-290-3912-4
Provo - Roel van Duijn; De geschiedenis van de provotarische beweging 1965-1967. ISBN: 90-290-1618-3
Voeten in de aarde - Roel van Duijn; De eco-crisis en onze erfenis van Abraham Kuyper en Frederik van Eeden; verkenningen in organische en organistische filosofie. ISBN: 90-290-1906-9
Groen politiek - Roel van Duijn; De visie van het Groen Platform. ISBN: 90-6184-217-4
De waarheid is een koe - Roel van Duijn; aantekeningen van een kleine boer ISBN: 90-290-1128-9
En tranen - Roel van Duijn ISBN: 90-290-0862-8
Het wonder van Amsterdam - Roel van Duijn; de hemel geeft, wie vangt die heeft
Zweet - Roel van Duijn; een soldatenroman ISBN: 90-290-0176-3
Energieboekje - Roel van Duijn
Een atoom-roman
Message of a wise Kabouter- Roel van Duijn
Das politische Konzept der Kabouter; eine Betrachtung über das philosophische Werk von Peter Kropotkin in Verbindung mit der heutigen Wahl zwischen Katastrophe und Heinzelmännchenstadt
En oversigt over Peter Kropotkins filosofiske og politiske skrifter i forbindelse med nutidens valg mellem katastrofe og nisseby
Panies dagboek - Roel van Duijn ISBN: 90-290-0473-8
Nota's, beschouwingen, manifesten, artikelen en vragen van een ambassadeur van Oranjevrijstaat in de gemeenteraad van Amsterdam
een beschouwing over het filosofische en politieke werk van Peter Kropotkien in verband met onze huidige keuze tussen katastrofe of kabouterstad
Het beste uit "Provo" - Roel van Duijn
Het witte gevaar - Roel van Duijn

