Geinspireerd door de protesten in Tunesie en Egypte steken op 30 januari vier Marokkanen zichzelf in brand. Op Facebook zijn anti-regering protesten gepland voor in februari. De regering geeft hier toestemming voor.
Eind januari krijgt ook het land onder Egypte, Soedan, te maken met demonstraties. Het grootste land van Afrika kent grote armoede en er heerst onvrede onder de burgers, ook vanwege de burgeroorlog die er al lang woedt. Protesten worden georganiseerd via Facebook en ondanks de harde hand van de politie en het leger worden de protesten voortgezet.
Ook in Syrie vindt er een zelfverbranding plaats, als protest tegen het heersende regime. President al-Assad verklaart dat hervormingen nodig zijn in het hele Midden-Oosten. Ondanks kleine protesten in januari, kwamen er weinig opdagen op de 'dagen van woede' begin februari.
Het stabiele Egypte leek lange tijd geen opvolger te worden van Tunesie. Maar vanaf 25 januari zijn er massale betogingen in het land waarbij het vertrek van president Mubarak wordt geëist. Op 1 februari waren er meer dan een miljoen demonstranten op de been in de hoofdstad Cairo. Hoewel de president veel toezeggingen doet, waaronder het niet nog een keer verkiesbaar stellen, gaan de protesten onverminderd door.
Op 21 januari volgt ook Saoedi-Arabië het voorbeeld van de buurlanden op. Op deze dag vindt er een zelfverbranding plaats, naar het voorbeeld van Tunesie. Vooralsnog zijn grote protesten uitgebleven, maar er heeft al wel een zeer zeldzaam vrouwenprotest plaatsgevonden op 6 februari. Ook is er op Facebook een campagne opgestart waarin politieke hervormingen worden geëist.
Het andere buurland van Saoedi-Arabie, Jemen, volgt een dag later. Op 27 januari verzamelen zich 16.000 demonstranten in de hoofdstad Sana'a. Het land kent een hoge werkeloosheid en armoede en de betogers eisen het ontslag van de president. Deze kondigde aan zich niet herverkiesbaar te stellen.
Een dag later verzamelen mensen uit het buurland van Saoudi-Arabie, Jordanie, zich op straat. De inwoners eisen meer veranderingen dan de Libiers, namelijk het ontslag van de huidige regering die corrupt zou zijn. Koning Abdullah stemde op 1 februari met deze eis in.
Halverwege januari verspreidt het protest zich naar allerlei andere landen in de Arabische wereld. Het eerste land dat te maken krijgt met onrust is Libie, het buurland van Algerije. Alhoewel de armoede hier vergeleken andere Arabische landen meevalt, gingen er in verscheidene Libische steden mensen de straat op om betere en betaalbare woningen te eisen. De regering stemde hier al snel mee in en beloofde nieuwe bouwprojecten.
Het buurland van Tunesie was het volgende land dat gekenmerkt werd door onrust en protest. De Algerijnen gaan de straat op om te demonstreren tegen de staatscensuur en de corruptie in het land. Sinds midden januari zijn er allerlei Algerijnen die zichzelf in navolging van de gebeurtenissen in Tunesie in brand steken, als vorm van protest.
Startpunt van de onlusten in het Midden-Oosten. De aanleiding is de wanhoopsdaad van een groenteman, die zichzelf in brand stak. De president van Tunesie ontvluchtte het land op 14 februari, maar tot op de dag van vandaag strijden de Tunesiers tegen de 'oude' politieke klasse.